Ze hebben me snel weer opgelapt

Frida de Graeve Cliént

‘O jakkes, nu ben ik aan de beurt. Ze brengen me naar Ter Schorre en dan mag ik daar doodgaan. Maar niks daarvan! In minder dan twee maanden hebben ze me opgelapt. Nu kicken ze me eruit. Ik kan verder met mijn leven.’

Frida de Graeve (71) straalt. Ze mag naar huis, naar Philippine. Maar eerst gaat ze nog even naar de fysio-afdeling, stoeien met de apparaten. Want ze wil topfit Terneuzen en het centrum voor zorg en revalidatie verlaten. Links en rechts geeft ze medewerkers en medebewoners een handje. Ze belooft terug te komen. Niet om te wonen en al helemaal niet om er dood te gaan, maar voor het zwemmen en om een onwillige linkerkant nog wat te trainen.

Het was doodeng

Frida de Graeve is een spring-in-hetveld. Altijd babbelen, altijd bezig. Hier een handje helpen, daar een klusje klaren. Maar op maandag 12 mei gaat het mis. Halverwege de trap lijkt haar batterij op. Terug naar beneden durft ze niet, naar boven kan ze niet. Op pure wilskracht sleept ze zich toch naar de badkamer. Ze weet achteraf zeker dat ze niet gevallen is, maar zit ineens wel op haar billen. In haar bed zakt ze weg, geeft geen sjoege als manlief voorzichtig op haar wang tikt. ‘De ambulancebroeders waren er snel. Ze hebben me de trap afgeholpen, doodeng! Van de scan en het ziekenhuis herinner ik me weinig. Alleen dat ik stikte van de dorst en dat niemand kwam.’

‘Ik voelde me net een koningin’

Boordevol programma

Het blijkt een hersenbloeding. Een arm valt krachteloos naar beneden, de mondhoek trekt, lopen lukt niet. Na een week ziekenhuis wacht Ter Schorre. Vertrouwd terrein: haar demente moeder heeft daar acht jaar gewoond, haar vader na een beenamputatie en haar tachtigjarige broer is er gestorven door een onbehandelbare hersentumor. Voor haar loopt dat heel anders. Er wacht een heel programma boordevol fysio, logopedie, ergotherapie, helpen in de ontbijtgroep en elkaar helpen bij allerlei klussen en van elkaars verhalen wijzer worden. Weinig vrije tijd, maar veel vooruitgang. Levenslust en inzet doen de rest: naar huis!

Aan de slag

‘Mij hebben ze uit de rolstoel gekregen. Ze hebben me hard laten werken. De eerste dag was ik doodop. Ze hebben me geleerd hoe ik me aan moest kleden en verzorgen. Ik kon het al, maar niet zittend en niet met één hand en arm. Probeer het maar eens! Twee helpers gingen met me aan de slag. Van die giechelmeiden, maar hartstikke deskundig. En de tweede dag kwam er een lange donkere jongen met van dat rastahaar. Hij hielp me, bracht me naar de eetzaal, schoof mijn stoel aan. Ik voelde me net een koningin. Echt waar.’

Suggesties?