Kiezen is belangrijk

Mevrouw Pieternella Jacoba Geertse Cliënt
‘Dat je kunt kiezen, dat jezelf de baas bent van je leven – dat is écht belangrijk.’ Het lijkt een simpele vaststelling. Toch komt die pas al pratend boven drijven. De 91-jarige vrouw vertelt over haar leven, de dood, de Walcherse dracht, de kinderen. Ze noemen haar Pie, of liefkozend Pietje; mevrouw Pieternella Jacoba Geertse.

Best trots

Zelf heeft ze niet bijzonder veel gekozen. Zo voelt ze dat tenminste. Het leven komt zoals het komt. Als peuter wordt ze in traditionele kleding gestoken. En die draagt ze nog steeds. Als puber – dat woord kennen ze dan nog niet – besluiten de ouders en de schoolmeester dat ze naar de huishoudschool mag. Als vrouw van een kleine boer doet ze de dingen die van haar verwacht worden. En dat ze nu in zorgcentrum Simnia in Domburg woont, komt enkel door een haperend lichaam. Maar haar vier dochters hebben zelf kunnen kiezen, voor opleiding, beroep en partner. En daar is ze best trots op.

Over de dochters

'Ze zaten geen van allen aan huis gekluisterd. Twee dochters werden coupeuse, eentje verpleegkundige en eentje heeft veertig jaar voor de klas gestaan. Mensen vragen nog wel eens aan me of ik de moeder van juffrouw Jannie ben. Vroeger werd een schooljuf ontslagen als ze ging trouwen. In haar tijd gelukkig niet meer. Nu kan niemand zich dat nog voorstellen.’

Over haar school

‘Voor mij werd gewoon gekozen: de huishoudschool. Dat was al heel wat. Twee, drie meiden uit de klas mochten daar in Middelburg naartoe. Dat levert toch een ruimere kijk op. Als je alsmaar op het dorp zit, kom je niet verder. Tegenwoordig hebben ze op school spreekbeurten. Wij niet, maar we leerden toch ons woordje te doen. Daar heb ik veel aan gehad, in het verenigingsleven en zo.’

Over de dracht

‘Ik ben niet anders gewend en ik heb niet anders. Je kunt gerust de klerenkast omkeren... Het is een aflopende zaak. We horen bij het antiek. Maar ik heb me er altijd goed in gevoeld. Nog nooit ben ik ergens geweigerd door de dracht ook niet over de grens. Mijn kinderen hebben ze nooit gedragen, mijn kleindochter één dag voor een feest op school. De dracht is soms lastig. Ook voor de zustertjes hier. Ze moeten me ermee helpen. Maar het hoort bij mij en ze hebben daar respect voor.’

Over het zorgcentrum

‘Ik heb m’n hele leven zelfstandig gewoond. Eerst op de boerderij met m’n gezin. Hard werken? Och, je doet het met plezier als het je genoeg oplevert. Het heeft bij mij nooit als ploeteren gevoeld. Later heb ik op mezelf gewoond. Totdat ik ineens niet meer voor mezelf kon zorgen. Natuurlijk kun je het eerst proberen te redden met mantelzorg. Maar het gaat om hele dagen. De kinderen hebben een eigen leven, een gezin, werk. Daar hebben we toch voor geijverd? Dat mag je toch niet zomaar ongedaan maken? Ik ben blij met de zorg die ik hier krijg.'

Hard werken? Och, je doet het met plezier als het je genoeg oplevert.

Over het leven

‘Ik had nooit gedacht zo oud te worden. Bij de eeuwwisseling zou van alles mis kunnen gaan. Ik haalde mijn schouders op: in 2000 dan zou ik er toch niet meer zijn. Er is weinig misgegaan en ik leef nog. Mijn recept daarvoor? Doorademen en blijven eten. En verder kom je elke dag een dag dichter bij het einde. Dat is al zo van kindsbeen af, al sta je daar dan nooit bij stil.’ 

Over de dood

‘Ik ben niet bang om dood te gaan. Ze hebben wel eens gevraagd of ik gereanimeerd wilde worden. Ik vond dat niet nodig. Met allemaal slangetjes en machines aan je, dat is toch geen leven?! De zuster meldde dat ze dus niks hoefde doen als ik die avond doodging. Ik schrok me een hoedje. Natuurlijk moest ze dan wat doen...! Het ligt er dus aan hoe je je voelt en wat je nog kunt.’
Suggesties?