Kerstdiner toen en nu

Ina de Visser Persoonlijk begeleider

Het kerstdiner in 1974

In verpleeghuis SVRZ Der Boede in Koudekerke woonden ongeveer 350 mensen; een klein dorpje. Er waren verschillende voorzieningen; apotheek, linnenkamer, grote keuken, dieetkeuken, broodkeuken en een mortuarium. Er stonden ook een school, een grote werkplaats (Dienst Stichtingswerken) en een zusterhuis met een zwembad op het terrein. In de keukens stonden veel koks die al het eten bereidden.

Dat kwam in grote metalen bakken aan op de afdelingen en werd daarna in porties verdeeld op borden door de, ja u leest het goed, magnetroniste. Dat was een vrouw die werkte van 10 tot 12 uur in de morgen, al het eten portioneerde en opwarmde in twee magnetrons in de afdelingskeuken. Dertig borden met magnetrondeksels waar de namen van de bewoners op stonden. Het duurde wel een uur voordat alles goed was opgewarmd. Als de laatste eruit kwam was de eerste al afgekoeld. De borden werden over twee karretjes verdeeld voor huiskamers 1 en 2. In iedere huiskamer zaten 15 bewoners aan tafels, een ieder op zijn of haar 'eigen' plek. Als alles was opgewarmd werden die karretjes in de huiskamer gereden en werden de borden verdeeld. Dat ging in een razend tempo, de toetjes werden verdeeld en het kerstdiner was ten einde.

Wat een verschil…

Het kerstdiner in de kleinschalige woningen

Tweede kerstdag,  iets voor half drie in de middag, ga ik om de koude vis- en vleesschotel bij 'De Olmen'. Inclusief kruidenboter en tapenade. Aangekomen op mijn werk waar ik een late dienst ga draaien, haal ik eerst twee bewoners uit bed die lekker uitgerust zijn van hun middagslaapje. Ik geef iedereen koffie met iets lekkers en ga beginnen met de voorbereidingen. Een lekkere groentesoep en stokbrood in de oven maken dat het heerlijk gaat ruiken in onze huiskamer met zeven bewoners. Rond een uur of vijf komen ook de gasten binnen die ik had uitgenodigd om mee te eten. Iemand neemt een grote hond mee die onder de tafel gaat liggen. De huispoes is niet onder de indruk; die blijft in de vensterbank liggen. We beginnen om ongeveer kwart over vijf met het kerstverhaal dat een van de bewoners met veel genoegen voorleest. De soep wordt geserveerd, het stokbrood wordt in stukken gesneden en wat later worden de schotels op tafel gezet. Er is voor ieder wat wils, vis en vlees. Als toetje een lavacake. Die smaakt heerlijk al vindt iemand het op een 'dodde klei' lijken. Er wordt gepraat en geluisterd naar elkaar, maar vooral gesmikkeld. Na een kop koffie of thee met een chocolaatje, twee en half uur later, gaan de gasten naar huis en kijken onze bewoners nog naar de film Oorlogswinter op tv.

 

Suggesties?