‘Ik voel me veilig’

Ludy Cortvriendt Cliënt Ter Poorteweg in Koudekerke

Hij wil geen risico lopen. Bij SVRZ in Koudekerke voelt hij zich veilig. Een straatje met allemaal lotgenoten. Gezellig. Leuk werk. Geen drank. Want hij weet: twee weken in de boze buitenwereld en dan is er weer de fles en uiteindelijk de goot. 

Ludy Cortvriendt heeft Korsakov. De 66-jarige graaft in zijn geheugen naar zijn levensverhaal. Een hele klus, want de alcohol heeft daar verwoestend huisgehouden. Maar één gebeurtenis staat erin gegrift . Hij hoort zichzelf nog ‘Welterusten schat’ zeggen. Hij weet nog dat zijn vrouw rustig lag te slapen toen hij bij haar in bed stapte. En dan… de volgende morgen. Ze beweegt niet meer, reageert niet op zijn porren. Ergernis verandert in verbazing, in ongeloof, in paniek en verdriet. Elly is dood.

Het is verschrikkelijk

‘Iemand dood naast je vinden, dat is de grootste klap van je leven. Je bent van slag. Je gaat je verdriet verdrinken.’ Het is waar, maar niet de hele waarheid. Ludy Cortvriendt weet dat stiekem ook. Drank was z’n hele leven al een vriend en meteen z’n grootste vijand. Als jochie van zestien neemt hij z’n eerste pilsje. Niks aan de hand. Voetbalveld. Ambachtsschool. Werken. Dansles. Achter de meiden aan. Trouwen. En tussendoor een gezellig biertje. Niks aan de hand. Maar dan: spanningen in het huwelijk, spanningen op het werk. Reorganisaties, verwijten thuis, de donkere wolk van een dreigende scheiding. Stress, eenzaam in z’n verdriet, miskend in z’n goede bedoelingen. Pils lijkt een prima medicijn tegen al deze kwalen.

‘Ieder mens heeft nog mogelijkheden in zich

Mensen met mogelijkheden

Teamleider Corry van Ee kent de verhalen van verborgen en verdronken verdriet. Met haar collega’s heeft ze zo’n veertig Korsakov-cliënten onder haar hoede. ‘Ieder mens heeft nog mogelijkheden in zich. Daar spreken we onze cliënten op aan. Onze benadering richt zich op hun gezonde stukjes. Zo behouden ze hun waardigheid of krijgen die terug. Allemaal hebben ze baat bij de ouderwetse 3R-en: rust, reinheid en regelmaat.’ Vijf uur per dag is er een vorm van arbeid: demonteren van allerhande spullen, meubels opknappen, klein drukwerk, werken in de moestuin of de tuinkas. Een enkeling doet elders vrijwilligerswerk. Verder goed eten en aandacht.

Thuis voelen

Ludy Cortvriendt: ‘Ik voel me hier thuis. Dit is mijn wereld. Soms help  ik andere mensen een beetje; met luisteren, raad geven, zorgen dat ze niet gaan dwalen. Fijn is dat: mensen helpen. Ik ga hier nooit meer weg.’

 

Ludy Cortvriendt denkt met vochtige ogen aan zijn vader, de stoere palingvisser die er altijd voor hem was. Aan de jaren op de scheepswerven, waar hij degene was die je bij nacht en ontij kon optrommelen voor een klusje. Aan z’n mislukte eerste huwelijk, aan de dood van zijn tweede vrouw, aan z’n huidige vriendin waarmee het samenleven niet langer mogelijk bleek. Aan hoe hij anderen en zichzelf voor de gek hield over Koning Pils. ‘Je kunt een heel leven niet meer terugdraaien. Maar ik ben blij dat ik weer mezelf kan zijn. En dat ze me waarderen.’

Suggesties?