Een winkel vol herinneringen

Rinus Bimmel Verzamelaar van oude winkelspullen

Rinus Bimmel heeft een roeping. Hij wil het verhaal van de dorpswinkel levend houden. Want dat is verknoopt met het dagelijks bestaan van het gewone volk. Daarom heeft hij in zijn achtertuin een dorpswinkeltje in elkaar gespijkerd. Een mini-mini-museum. Boordevol herinneringen; balsem voor de ziel. Graag laat hij oude Zeeuwen meegenieten. 

Rinus Bimmel is 80 jaar. Geboren, getogen en geleefd in Oostkapelle; het centrum van zijn wereld. Maar dat maakt hem bepaald niet wereldvreemd. Hij weet dat de kleine middenstand ter ziele is. Voorgoed voorbij. Goeddeels weggevaagd door het grootwinkelbedrijf. Weggegleden in de moderne tijd. Maar de herinneringen nemen ze hem niet af. Hij koestert ze. En hij merkt dat veel plattelanders dat ook zo voelen.

 

‘Als mensen de spullen hier zien - de schappen, de potten, de verpakkingen, de reclames – dan beginnen hun ogen te glimmen. Dan komen de herinneringen boven. Dan barsten vaak de verhalen los.’

Als een film

Zelf verhalen vertellen, kan hij ook. Smakelijk, vol vuur, met een stortvloed aan details. Als hij vertelt, komt de film van Oostkapelle voorbij. Een optocht aan beelden. Zijn grootmoeder die met een juk en twee manden vol spullen langs de deuren ging. Daarna de kruiwagen, de hondenkar, de ponywagen, de brombakfiets en tot slot de bestelbus; een Renault Estafette. Het vertelt over de dorpsbewoners die blij zijn met de rijdende winkel: klompen van voren, borstels van achteren, blikjes petroleum onderop en verder alles wat de Oostkapellenaren zoal nodig hadden. Zelfs een kistje met garen, naalden en knoopjes. Twee kilometer rond de dorpstoren is hun werkgebied. Daar rekenen ze op de familie Bimmel.

Terug in de tijd

De verhalen van Rinus Bimmel nemen je mee terug naar 1902, als zijn grootvader de dochter van een winkelier trouwt en de zaak begint. Naar 1929  als zijn vader de zaak overneemt, Naar 1940 als zijn broer er gaat werken, en naar 1951 als hij zelf tot het familiebedrijf toetreedt. 

Wij Zeeuwen laten ons niet makkelijk uit het veld slaan. 

‘Drie gezinnen moesten er nu van leven. We maakten lange dagen, pakten van alles aan. De winkelverkoop, boodschappen rondbrengen, maar ook boerenboter ophalen en naar de botermarkt brengen. In de winter scharrelde ik een paar honderd eieren bij de boeren bij elkaar, maar in de zomer waren dat er wel 2500 per week. Handel! Met de bakfiets ophalen, afwegen, sorteren, verpakken en naar Barneveld versturen. De bekende eieren uit Barneveld kwamen dus ook uit Zeeland.’

Het gaat bergafwaarts

Vanaf de jaren zeventig zijn het moeilijke tijden voor het kleinwinkelbedrijf. De auto maakt een ritje naar de stad mogelijk. De vrouwen zijn blij met het verzetje en doen onderweg ook de dagelijkse boodschappen. Het grootwinkelbedrijf met z’n superreclames en verlokkingen lonken. Het personeel wordt duurder. En in 1977 zien de Bimmels zich genoodzaakt om te stoppen. Rinus Bimmel neemt als aandenken een snoepfles, een strooplepel en een paar maatbekers mee. Nog geen bananendoos vol. Toch is dat het begin van zijn latere verzameling.

 

‘Ik was begin veertig en moest toch wat. Ik solliciteerde als heftruckchauffeur. Tijdens de eerste kennismaking liet ik de magazijnbaas meteen weten dat het niks voor me was. Dat vond hij raar, zo tijdens een sollicitatie. Maar hij spitste zijn oren toen ik meldde wat in het magazijn allemaal beter kon. Veertien dagen later kreeg ik te horen, dat ik kon beginnen. Al snel had ik er een eigen afdeling met keukenspullen. Ik heb er tot mijn vroegpensioen gewerkt. Met plezier.’

Zo lang mogelijk zelfstandig

Ouderdom komt met gebreken. Een heel leven, bijna zestig huwelijksjaren en vier kinderen later, kunnen Rinus Bimmel en zijn vrouw daarover meepraten. Vrouwlief heeft haperende zenuwen, evenwichtsstoornis en uitvallende spieren. Hij kijkt terug op een bedreigende longontsteking en kampt met ademhalingsproblemen. Sinds kort heeft hij een kunstknie, maar hij loopt als een kievit.

 

‘We leunen tegen elkaar. Met een beetje hulp redden we het voorlopig wel. Wij Zeeuwen laten ons niet makkelijk uit het veld slaan. Toen ze in de oorlog Walcheren onder water zette, is de familie van mijn vrouw naar Kamperland vertrokken en daar gebleven. Als jongeman uit Oostkapelle ging ik daar eens muziek maken. Haar moeder wilde me wel eens zien; benieuwd naar verhalen uit haar vroegere dorp. Ik had dus nog eerder een afspraak met mijn schoonmoeder, dan met mijn latere liefje. Maar het klikte. En als ik in het weekend niet met de laatste boot meewilde, was zij de moeite waarde om wel vijftig kilometer voor om te fietsen.’

Eerbied voor overlevers

Rinus Bimmel heeft de dorpswinkels zien verdwijnen. Net als allerlei merken. Na zijn vroegpensioen is hij begonnen met oude winkelspullen te verzamelen. Een hobby die uitgroeit tot een passie. Mensen reiken hem van alles aan. Vaak met oude verhalen en herinneringen erbij.

 

‘Ik heb altijd bewondering gehad voor de overlevingsdrang van de mensen in deze streek. Voor het sappelen ook. Voor met weinig tevreden zijn. De klanten van onze winkel moesten vechten voor hun bestaan. Wat dacht je van de boer die op 18 oktober 1944 zijn aardappelveld onder water zag lopen? En die zich er niet onder liet krijgen. Ik vind het mooi als mijn verzameling helpt om herinneringen levend te houden.’

 

HERINNERINGSKAST
SVRZ krijgt wat spullen uit het winkeltje van Rinus Bimmel in bruikleen. De uitstallingsvorm staat nog niet vast. Bijvoorbeeld een vitrinekast. Een kast van herinnering. En Rinus Bimmel wil af en toe graag de bijbehorende verhalen vertellen. Of ze aanhoren.

Suggesties?