Door het oog van de naald

Lieven Joosse Cliënt

Scheren doet hij zelf nog. En over zijn scheve gezicht glijdt geregeld een grijns. Ondeugend soms. ‘Ik ben blij dat ik nog leef. Ik kan steeds minder. Soms heb ik slechte dagen. Maar ik heb m’n familie nog. Hier in huis zijn de mensen ook een beetje familie geworden. De bewoners, maar ook de zusters.’ 

82. Geboren en getogen in Arnemuiden. Daar legt hij nu ook het laatste stuk van z’n levenspad af. Liggend, of zittend in een rolstoel. Voor een flink stuk verlamd als nawee van een operatie. Ruim vijf jaar woont hij in de SVRZ-vestiging aan de Clasinastraat. Als eerste bewoner van de twee SVRZ-woningen in het vissersstadje. Vissersdorp zeggen ze zelf. Zijn vrouw Henny, zeven jaar jonger, woont een stukje verderop. In een wooncomplex met ondersteunende zorg. Dagelijks komen ze bij elkaar over de vloer, als tenminste ziektes of ongelukken geen spaak in het wiel steken.

Het oog van de naald

Lieven Joosse heeft het niet altijd makkelijk gehad. Hard werken in de stratenmakerij. Een pezig mannetje. Als hij bij de Nederlandse Spoorwegen gaat solliciteren, ontdekken ze tuberculose. Tien maanden sanatorium. In de bossen, ver weg van familie, vrienden en zijn latere vrouw. Veel later, op een mistige dag in september: een ongeluk met een bouwvakkersbusje. Vier collega’s overleven de klap niet. Lieven Joosse krabbelt na drie maanden platliggen op.

 

Lieven Joosse: ‘Ik ben door het oog van de naald gekropen. Toen. En daarna nog een paar keer. En nu ben ik verlamd. Ik zou nog graag eens voor het raam willen staan. Op eigen benen. Maar willen is niet genoeg. Het gaat niet meer gebeuren. Daar moet ik me bij neerleggen.’

Ik ben nog steeds jaloers als ik iemand makkelijk zie lopen

Levensbedreigend

 

Hij is al een tijdje met pensioen als het echt misgaat. Moe en lusteloos hangt hij op de bank. Nog liever komt hij z’n bed niet uit. Een week lang. Aan wandelen moet hij niet denken. Zijn benen slingeren, een voet hangt er maar een beetje bij. Hij snapt er niks van. De huisarts evenmin. Een afgeknelde zenuw,  ischias, spit? Elke dag komt hij even poolshoogte nemen. Met Pasen adviseert de weekenddokter een paracetamolletje. Zonder resultaat. De volgende dag komt de huisarts weer trouw op bezoek. Lieven Joosse heeft z’n bordje havermout nog niet op of de dokter ziet z’n gezicht verkrampen en veranderen. Hij schrikt zich rot en belt de ambulance.

 

Henny Joosse: ‘Ik zie het infuus nog aan de schemerlamp hangen. Met gierende banden vertrekt de ziekenauto. Het blijkt een aneurysma. De hoofdslagader in zijn buik puilde helemaal uit. Als die knapt, ben je in een paar minuten dood. In het ziekenhuis zeiden de chirurgen dat ik maar afscheid moest nemen van mijn man. Hij zou het wel niet halen...’

Een zwart gat

De operatie is een bloedbad. Een van de chirurgen wil stoppen, de ander doktert door. De ingreep lijkt geslaagd. Maar de volgende dag blijkt de zuurstoftoevoer naar vitale delen te lang gestremd. Misschien zijn ook wel zenuwen geraakt. Met gillende sirenes gaat het naar het universiteitsziekenhuis in Gent. Een paar weken ligt Lieven Joosse op de intensive care. Weg van de wereld. Hij herinnert er zich niets van.

 

Henny Joosse: ‘Hij was heel mager in die tijd. Maar toen ik hem zag, leek het wel De Hulk. Opgeblazen en met een rare kleur. Elke dag ging ik met een van de kinderen er naartoe. Hij lag alleen op een kamertje. Daar is hij 75 geworden. Vieren wilde hij dat niet. En ze mochten zijn kamer niet versieren. Maar ja, hij was ook nog maar een hoopje ellende van 47 kilo.’

Een mooie tijd

De weg terug naar Vlissingen herinnert Lieven Joosse zich ongeveer als eerste. Die lange tunnel, het ritme van de lampen. Er volgen een paar maanden ziekenhuis en dan naar SVRZ-locatie ’t Gasthuis om te revalideren. Een mooie tijd, vinden Lieven en Henny. Aandacht, nieuwe contacten, nieuwe moed. Even heeft hij nog hoop dat hij het onderste deel van zijn lichaam weer aan de praat krijgt. Maar artsen en therapeuten weten wel beter. Voorgoed verlamd. En dan is er ook nog de pijn. Zenuwpijn, zo voelt het. Maar eigenlijk hebben de hersenen waarschijnlijk niet in de gaten dat een deel van het lichaam niet meer meedoet. Pijn maakt angstig. En Lieven Joosse vraagt de dokter of de slagader niet los kan schieten of knappen. De antwoorden zijn geruststellend.

 

Lieven Joosse: ‘Ik ben een ander mens geworden. Door de pijn en de onmacht. Insmeren was wel lekker, maar het hielp niet. Ik had genoeg tijd om bang te zijn. Maar ook teveel pijn om dat gevoel veel kans te geven. Totdat ineens bloed langs mijn voeten liep.

Ik weet niet waar vandaan, maar het was foute boel. Een nieuw aneurysma. Toen ze me bij ’t Gasthuis op de brancard uit de lift reden, hoorde ik iemand zeggen: ‘Die zien we nooit meer terug’. Het klonk niet spottend, eerder meevoelend.’   

Weer afscheid nemen

Opnieuw zeggen de artsen dat Henny en Lieven maar afscheid moeten nemen. Voor alle zekerheid. Hij roept dat hij nog zo graag bij vrouw, kinderen en kleinkinderen wil blijven. Of ze maar hun uiterste best willen doen. De operatie lukt. Hij keert terug naar ’t Gasthuis. Het voelt als thuiskomen. Als SVRZ in Arnemuiden aan de Clasinastraat een nieuwe locatie opent, staat hij dan ook niet te trappelen om te verkassen. Maar zijn vrouw heeft inmiddels daar vlakbij een zorgappartement betrokken. Op 18 januari 2010 is hij de eerste bewoner van Clasinastraat 10. Twee keer per dag komt Henny op bezoek. Ze hoort al snel bij de nieuwe familie. Ze kent iedereen en iedereen kent haar. Ze helpt met koffie zetten, tafel dekken en afruimen. Geeft kookadvies. Praat met de andere cliënten en hun familie. Is blij als een verzorgende een gezonde baby krijgt, bedroefd als een cliënt doodgaat.

 

Henny Joosse: ‘Een paar maanden geleden ging het ineens mis. Blaasontsteking dacht ik. Maar die nacht liep ik naar de koelkast en viel om. Dwars door een ruitje heen. Ik bloedde. Zo heb ik er een paar uur gelegen. Om kwart voor zeven de volgende ochtend kon ik me aan een la optrekken. Ik ben naar mijn bed gestrompeld. Gelukkig lag mijn mobieltje er. Mijn kinderen hebben me in een rare houding gevonden; precies zoals ik mezelf had neergegooid.

De draad oppakken

In het ziekenhuis blijft ze blauwbekken. Koud, koud, koud. De blaasontsteking blijkt al gauw een forse longontsteking. Ze hoort nog net een dokter roepen ’Naar de IC, naar de IC’. Drie dagen zweeft ze tussen leven en dood. Dan knapt ze op. De val heeft haar ook een scheurtje in het bekken bezorgd. De wandelingen naar haar man zitten er even niet in. Bezoeken moet ze regelen. Met behulp van de kinderen of de verzorgenden. Langzaam maar zeker pakken zij en haar man de draad weer op.

 

Lieven Joosse: ‘Ik ben nog steeds jaloers als ik iemand makkelijk zie lopen. En eigenlijk is het nergens beter dan thuis. Maar je moet het doen met wat je krijgen kunt. En hier is het goed. Natuurlijk heb ik mijn favorieten; de een voor het koken, de ander voor het wassen. En een praatje of een grapje kan altijd wel. Ik blijf mijn eigen baas. Als ik tot heel laat André Rieu wil kijken, dan kan dat. Ik slaap de volgende dag lekker uit. Het ontbijt is gewoon wat later.’  

Suggesties?