Aan de hand van mijn moeder

Tineke Jager Teamleider Welzijn

Wat ken ik die hand goed, die hand van mijn moeder. Als kind werd mijn hand steeds groter in de hare, die van haar bleef wat grootte en kracht betreft hetzelfde. Krachtig, leidend en heel zelfverzekerd. Dat bood mij als kind veiligheid en warmte. Ik was afhankelijk van haar, vroeg haar om raad, en als ik het niet meer wist troostte zij mij. Haar handen knepen dan bemoedigend in de mijne, en streelden mijn rug.             

Handen worden onzeker, slapper en koud

Maar gedurende de jaren werd diezelfde hand, zeker toen de geest van mijn moeder door dementie werd verstoord,  onzekerder, slapper, en koud. Als ik nu mijn moeder bezoek grijpt ze angstig naar mijn hand, mager, geen enkel laagje vet meer, en vooral koud. Dat is wat mij altijd opvalt. Neem mij alsjeblieft hier vandaan, zegt ze dan, en een keer greep ze met haar handen om mijn middel, en keek me radeloos aan.

Ik kan haar niet geruststellen met veiligheid, warmte en liefde

Los komen van mijn eigen moeder

En hoeveel pijn doet het dan om weer weg te gaan, haar hand los te moeten maken en de verzorgende om hulp te moeten vragen om van mijn eigen moeder los te komen.

En wat heerlijk is het dan ook, dat diezelfde verzorgende mijn moeder bemoedigend toespreekt , zachtjes haar hand van de mijne losmaakt en het van mij overneemt.

En hoe schuldig voel ik me dan om naar mijn eigen veilige huis te gaan en haar achter te laten bij al die oude vreemde mensen, zoals zij vaak opmerkt terwijl zij zelf de oudste is.

De rollen zijn omgekeerd

Vreselijk; de rollen zijn omgekeerd, alleen kan ik haar niet geruststellen met veiligheid, warmte en liefde.  Haar ziekte zal altijd tussen ons in blijven wringen, verder en verder, dieper en dieper, en hij zal altijd winnen. Daarom wil ik bij deze een oproep doen aan iedere verzorgende: sta eens in de schoenen van de mantelzorger, verplaats je eens in de rol van de dochter, partner of het familielid. Het is een stil verdriet wat wij hebben. Blij dat onze naaste er nog is, zeer verdrietig omdat zij onze naaste niet meer is. Onze handen strekken naar elkaar uit, zoekend naar elkaar,  maar zullen elkaar nooit meer vinden.

 

Laat de mantelzorger met de zorgmedewerker wel elkaars handen vinden om samen voor onze naasten te zorgen. De een kan niet zonder de ander.  

 

 

Suggesties?