“Je voelt het niet, hè, zo’n beroerte. Het doet niet zeer of zo. Maar het laat wel behoorlijke sporen achter. Toen het pas gebeurd was, kon ik helemaal niets met de linkerkant van mijn lichaam. Inmiddels kan ik met mijn linkerhand weer iets vastpakken. Ik kan ook lopen met een rollator. Samen met de fysio oefen ik nog altijd twee keer in de week.

Ik blijf er niet in hangen

De verwachting is dat ik binnenkort weer zelfstandig kan lopen. Of dat ook echt gaat lukken? De tijd zal het leren. Je moet het natuurlijk wel willen en het kost natuurlijk veel oefening. Mijn spraak is ook heel even weggeweest. Een weekje denk ik. Ik ben blij dat dat weer goed gekomen is, want het zou een grote straf zijn als ik niet zou kunnen praten. Mijn situatie is niet ideaal, maar ik ben een makkelijk mens. Je kunt er wel in blijven hangen, maar dan word je helemaal gek.

Lekker dichtbij

Ik kom oorspronkelijk uit Den Haag. In 1970 ben ik voor mijn werk naar Terneuzen verhuisd. De Haagse praat blijf je wel horen, maar ik kom er nooit meer. Wat moet ik daar doen? Ik heb altijd met veel plezier in Terneuzen gewoond. Daarom ben ik ook blij dat ik hier in De Vurssche terechtkon. Dat is toch dichtbij.

Net als thuis

Mijn dagen zijn hier hetzelfde als thuis. Af en toe verveel ik me en dan ga ik naar buiten. Ik word gek van te lang binnen zitten. Ik rij vaak naar de winkels of ik ga kijken bij de motorcrossbaan hier vlakbij. Dat vind ik altijd leuk om te zien. Op dinsdagmiddag ga ik vaak naar het houtatelier. Ik kan zelf geen hout bewerken, hoor. Zo handig ben ik niet. Ik ga alleen voor de gezelligheid. Ik kijk hoe anderen timmeren en knutselen en intussen maak ik een praatje en drink een bakje koffie.

Alleen, maar niet eenzaam

Ik heb altijd als internationaal vrachtwagenchauffeur gewerkt. Ik reisde heel Europa door. ‘s Nachts sliep ik in mijn cabine, die voorzien was van alle gemakken: een goede muziekinstallatie, een koelkast, diepvries, magnetron. Hoewel ik altijd alleen was, heb ik me nooit eenzaam gevoeld. Ik vermaakte me wel. Op den duur leer je vanzelf mensen kennen. En dat is hier niet anders. Ik maak met iedereen een praatje en ken iedereen van de afdeling. Ze noemen me niet voor niets De Burgemeester van ‘t Fort.

Ik leg makkelijk contact en klets met iedereen. Ze noemen me niet voor niets De Burgemeester
Meneer Brand

Ik heb niet te klagen

De zorg hier is goed. Nee, ik heb niet te klagen. Ik krijg goed te eten en de verzorging weet wat ik prettig vind. Voor mij is het perfect hier. Ik doe niet zo moeilijk. De schilderijen die hier hangen, bijvoorbeeld, waren van mijn voorganger. Die wilden ze eigenlijk weggooien, maar dat vond ik zonde. Ik vond ze wel mooi, dus zei ik dat ze ze lekker konden laten hangen.

Tevreden mens

Je kunt wel moeilijk doen, maar je moet je gewoon neerleggen bij je situatie en het beste ervan maken. Ik tref hier soms wel mensen die constant blijven mopperen. Dan zit je toch alleen jezelf maar in de weg. Nee joh, niets voor mij. Zo’n karakter heb ik niet. Ik ben een tevreden mens.”