“Na 2023 ging de gezondheid van mijn moeder helaas verder achteruit. Haar zicht werd minder en begin 2024 moest ook haar andere been worden geamputeerd. Doordat ze afhankelijk werd van een rolstoel, kon ze niet meer thuis blijven wonen. Mijn moeder vond het moeilijk om dat te accepteren. Ze had het gevoel haar zelfstandigheid kwijt te zijn. Ze hoopte dat ze terug zou kunnen naar haar woning in Zoutelande, maar zelfs met ondersteuning van SVRZ ZorgThuis was dat geen optie meer.
Verhuizen naar een vertrouwde plek
Hoewel de stap naar een verpleeghuis voor mijn moeder moeilijk was, was het voor mij als mantelzorger ook een opluchting. Ik ben enig kind, dus er kwam veel zorg op mijn schouders terecht. De laatste maanden waren zwaar voor mij. Mijn moeder vroeg steeds meer, soms stelde ze zelfs eisen. De zorg voor haar was bijna een dagtaak. Ja, achteraf gezien werd ik overvraagd. Als dan het moment daar is dat het thuis echt niet meer gaat, is het fijn als je moeder naar een vertrouwde plek kan. Dat was ’t Gasthuis — zowel voor mijn moeder als voor mij. Ik kon de zorg met een gerust hart overdragen.
Ik hoef niet meer zeven dagen per week naar mijn moeder te gaan.Mariska Damen
Zorg en ondersteuning voor haar, ruimte voor mij
Sinds mijn moeder bij SVRZ woont, is er weer ruimte voor mij. Ik kan mijn eigen leven weer oppakken, en zij is in goede handen — daar twijfel ik niet aan. In het begin kreeg ze veel ondersteuning van de geestelijk verzorger en de psycholoog. Ook de ergotherapeut heeft allerlei hulpmiddelen aangedragen om het leven in een rolstoel aangenamer te maken. Ze kreeg bijvoorbeeld een grijper, zodat ze vanuit haar rolstoel dingen kan pakken.
Een gedeelde zorg voor mijn moeder
Door het cliëntdossier blijf ik betrokken bij de zorg voor mijn moeder. Daarin kan ik lezen wat er van dag tot dag gebeurt. Als er bijvoorbeeld bloed wordt geprikt of urine wordt afgenomen, ben ik daarvan op de hoogte. Wanneer er iets opvalt, word ik gebeld zodat we kunnen overleggen. Een tijdje geleden was mijn moeder opeens opstandig en dwars. Een zorgmedewerker belde me toen om te vragen of ik die verandering in gedrag ook had opgemerkt. Andersom komt het ook weleens voor dat ik iets opmerk of een twijfel heb, en dan bespreek ik dat met het zorgpersoneel. Zo doe je het toch nog samen.
In alle rust op bezoek
Sinds mijn moeder in ’t Gasthuis woont, is mijn zorgtaak veel lichter geworden. Maar ik doe nog altijd de was voor haar en houd haar administratie bij. Dat soort dingen gaan gewoon door. Ik ga soms met haar naar activiteiten in ’t Gasthuis en ik begeleid haar naar afspraken in het ziekenhuis. Ik doe haar boodschappen en breng haar af en toe iets te eten. Laatst heb ik asperges voor haar meegenomen. Daar geniet ze dan echt van — dat voelt toch een beetje als vanouds. Maar mijn moeder is niet meer afhankelijk van mij. Ik ga bij haar op bezoek omdat ik dat wil, en niet omdat het moet. Dat maakt het contact met haar een stuk luchtiger en prettiger.”