Hoe gaat het met u, hier in De Molenhof?

“Ik zit prima hier, hoor. Net als thuis eigenlijk. Ik zit in hetzelfde dorp, dus dat is fijn. Ik heb in de Puntstraat gewoond, dat is hier dichtbij. Maar ik kom niet uit Zeeland. Ik ben in Rotterdam geboren. Mijn ouders waren schippers; zij hadden een overslagkraan. Als kind moest ik dus bij een gastgezin aan wal in de kost. Toen ik trouwde, ben ik eerst met mijn man gaan varen. Daarna zijn we naar Terneuzen verhuisd en later zijn we in Zaamslag gaan wonen.”

Dat Henny Zeeland in haar hart heeft gesloten, blijkt uit een groot borduurwerk dat boven de tafel hangt. Het is een prachtige landkaart van Zeeland die tot in het kleinste detail is uitgewerkt.

Heeft u dat gemaakt?

“Ja, daar ben ik wel even mee bezig geweest. Ik deed dat graag, borduren. Maar de steken wel zelf uittellen, hè. Zo’n voorgedrukt patroon, dat is niets.”

“Ik heb altijd veel geborduurd. Dan telde ik het zelf uit, dat is leuker”, herhaalt Henny. “Die voorgedrukte patronen, daar hield ik niet van. Ik heb ook gebreid, maar dat doe ik nu niet meer. Ik weet niet wat ik nu doe, maar het is wel handwerken.

 

Dan herinnert Henny zich dat het dinsdag is, de dag dat ze met andere bewoners van De Molenhof gaat handwerken.

“Het is vandaag dinsdag, dan moet ik eigenlijk ook handwerken, toch? Ach ja… Ja, ik heb het hier goed. Mijn eigen meubels, dat is belangrijk. En mijn eigen spullen aan de muur.”

“Dat is ook mooi he”, zegt Henny, terwijl ze wijst naar een ingelijste tekening aan de muur.

Was dat de boot waar u op gevaren hebt?

Ineens draait Henny zich om en krijgt ze een felle blik in haar ogen.

“Schip!”, verbetert ze. “Dat is een schip. Alleen mensen die aan wal wonen spreken over boten.”

Na een verontschuldiging praten we verder.

“Die tekening van ons schip is gemaakt vanaf de kade. Een man zat daar te tekenen, maar alles om de boot heen, klopt niet. Hij heeft de achtergrond er later zelf bij verzonnen.”

Dan wijst Henny naar de derde lijst aan de muur die belangrijk voor haar is: haar trouwfoto. Een stralende, jonge Henny in een mooie witte jurk staat trots naast haar man.

Heeft u die jurk zelf gemaakt?

“Als je kunt naaien, moet je ook je trouwjurk kunnen maken. De stof van de jurk was duur, dat mocht niet van mijn moeder. Maar ik heb zelf voor de jurk betaald. Dus ik kon kopen wat ik wilde.”

Henny wordt stiller en langzaam gaat haar blik weer naar buiten.

“Je ziet veel hier, he? Ik heb een mooi uitzicht, ik heb vrij zicht. Daar heb ik echt geluk mee.”