Kun je je nog herinneren wat je eerste indruk was van SVRZ?

Toen ik hier kwam werken, was SVRZ zeker niet vreemd voor mij. Vanuit mijn rol bij CZ Zorgkantoor, waar ik daarvoor werkte, had ik regelmatig contact met SVRZ. Ik kende al veel mensen en dat was ook de reden dat ik voor SVRZ koos. Ik wist dat het een organisatie was die bij mij paste. Het was meteen vertrouwd. 

Maar je rol is in de loop der jaren wel veranderd.

Zeker! Toen ik hier binnenkwam, vormden Gabrielle Davits en Rien Heijboer een tweekoppig bestuur. Na het aftreden van Rien is Gabrielle alleen verdergegaan. Ik werd toen stafdirecteur Zorg en Welzijn. Eigenlijk was dat best een luxe positie, want dat was toen een nieuwe functie. Ik kon mijn eigen rol vormgeven. Vier jaar later, in 2018, heb ik het stokje overgenomen van Gabrielle.  

Van collega werd je dus leidinggevende. Hoe was dat voor je?

Dat was in het begin best spannend. Maar ik merkte al gauw dat er veel mensen waren die het me gunden en die me steunden. Dat was fijn. Ik heb toen wel bewust gekozen voor een hernieuwde kennismaking met mensen van binnen en buiten de organisatie. We mochten dan wel een samenwerkingsrelatie hebben, maar door mijn nieuwe rol was die relatie wel anders. Toen hebben we een bijeenkomst georganiseerd voor stakeholders waarbij ik mijn plannen met SVRZ uiteen heb gezet. 

Had je toen al zo duidelijk een richting voor ogen?

Jazeker, ik had daar destijds met de Raad van Toezicht concrete afspraken over gemaakt. Gabrielle had veel geïnvesteerd in het landelijke netwerk. Dat was toen nodig, maar mijn focus moest komen te liggen bij de regionale samenwerking. SVRZ is een grote club, maar om de zorg toegankelijk te houden in Zeeland is samenwerking nodig. Binnen de sector, maar ook daarbuiten. Daar ben ik dus direct mee aan de slag gegaan en dat heeft uiteindelijk ook geresulteerd in de Zeeuwse Zorg Coalitie.   

En dan ben je eindverantwoordelijk voor zo’n grote groep mensen… Hoe was dat voor je?

Ja, ineens was ik bij veel meer mensen en bij grotere thema’s betrokken. En al redelijk snel diende corona zich aan. Dat was een enorm spannende periode waarin veel moeilijke beslissingen genomen moesten worden. Soms had ik drie opties, die alle drie even slecht waren en dan toch moest ik een keuze maken. Dat mensen alleen moesten sterven bijvoorbeeld, ja, dat was verschrikkelijk.  

Maar hoe doe je dat dan? Hoe maak je zulke moeilijke keuzes?  

Moeilijke beslissingen horen bij het werk als bestuurder. Je moet keuzes maken, en er zijn altijd tegenstrijdige belangen. Je kunt nooit iedereen tevreden stellen. Dat is lastig, maar tegelijkertijd ook gewoon een feit. Daarom ben ik heel zorgvuldig aan de voorkant. Ik verdiep me goed in de voor- en de nadelen, maar als ik eenmaal een beslissing heb genomen, dan sta ik daar achter. Als het dan later blijkt dat de situatie toch anders loopt dan gedacht, dan heb ik geen schuldgevoel, maar stuur ik bij.  

Is dat een kwaliteit die je altijd in je hebt gehad?

Ja, ik denk dat dat iets is wat ik van huis uit heb meegekregen. Mijn moeder was iemand die rustig was, overzicht had en oog had voor anderen. Dat herken ik in mezelf. Maar ze leerde me ook dat je altijd de schouders eronder moet zetten, ook als iets moeilijk of pijnlijk is. Ook dat zit in mij en in een crisissituatie is dat een helpende eigenschap.

Maar de boog kan toch niet altijd gespannen staan?

Nee, zeker niet. Gelukkig heb ik een enorm begripvolle man en zoon die er voor me zijn en goed op mij letten. Enerzijds bieden ze me de ruimte om mijn werk te kunnen doen. Zelfs als ik, zoals tijdens de coronapandemie, zeven dagen per week aan het werk ben. Anderzijds helpen zij mij ook om even stoom af te blazen en te relativeren. Dat is voor mij belangrijk. Weet je, sommige mensen kijken enorm op tegen de rol van bestuurder, maar ik ben ook maar gewoon een mens. Een mens die bij de korfbalvereniging, net als ieder ander lid, kantinediensten draait. Dat soort momenten houden me met beide benen op de grond. 

Als je nu terugkijkt, wat is voor jou een hoogtepunt?

Dat is toch de samenwerking die we hebben bereikt binnen Zeeland. Het Zeeuwse Coördinatiepunt Ouderen, dat is een verdienste waar we trots op mogen zijn in Zeeland. Ook intern vind ik de verbeterde samenwerking een hoogtepunt. Sinds de transitie is er meer oog en begrip voor elkaar.  

Binnenkort ga je naar Scalda. Van de zorg naar het onderwijs… Welke ervaring neem je mee in je rugzak?

Het onbevooroordeeld luisteren naar alle mensen en perspectieven en dan pas een conclusie trekken waar je verder mee gaat. Ik was voorheen wel eens geneigd om een mening te hebben die gestoeld was op mijn eigen perspectief. ‘Ansja doet het zelluf’, volgens mijn moeder was dat één van de eerste dingen die ik als kind kon zeggen. Voor een bestuurder kan dat toch een valkuil zijn. Je moet dingen los kunnen laten. Zoals ik SVRZ nu ook moet loslaten. 

Wat hoop je dat de toekomst brengt?

Ik kijk ernaar uit om bij Scalda te gaan beginnen. Ik ben eraan toe om nieuwe dingen te leren: een andere sector, nieuwe relaties… Ergens is het wel grappig, want op de kleuterschool had ik met een vriendinnetje afgesproken om juf te worden. En met deze stap kom ik toch een beetje in de richting van mijn kinderdroom.  
Maar natuurlijk is er ook hartzeer en weemoed om wat ik achterlaat. Dat is niet gek, ik ga niet uit onvrede weg. Maar het is altijd goed als er na een aantal jaar weer een frisse wind komt. Voor mij, maar ook voor SVRZ. En als het bij SVRZ straks anders gaat dan in mijn tijd, dan is dat oprecht prima. Zo horen de dingen gewoon te gaan. Ik heb alle vertrouwen.