Zien is beleven

Suzanne Verzorgende in een kleinschalige woning

Bolussen, bonbons, broodmaatlijd, helemaal Zeeuws. Voeg toe: een vlindertuin, schrikken van een reuzenpad, een boer aan het werk en een blije chauffeur. Ziedaar het recept voor een plezierig dagje uit. Het hoort erbij.

Zeeuws tintje

In mei begonnen we met het plannen van een uitstapje met de bewoners. Tijdens een brainstormsessie met collega’s besloten we dat de dag een Zeeuws tintje moest krijgen. Dat voelt vertrouwd voor veel bewoners.

 

De voorpret was begonnen!

 

We planden een rondrit over Walcheren en Zuid- Beveland en een bezoek aan de Vlindertuin in Kwadendamme. De terugweg bestond uit een rondrit over de eilanden terug. We wilden de dag met een authentieke Zeeuwse broodmaaltijd afsluiten. Mijn collega en ik, die de dag organiseerden, presenteerden onze ideeën vervolgens aan de teamleidster, die meteen enthousiast was. Dus reserveerden we de rolstoeltouringcar en lichtten we de bewoners in. Kortom: de voorpret was begonnen en we konden aan de slag met de overige voorbereidingen.

Drukte van belang

Na lang aftellen was het eindelijk 13 september, de dag van het uitstapje. Het was een drukte van belang. Alle medewerkers en vrijwilligers stonden om 7.30 uur al te trappelen. Zeventien bewoners gingen mee, dus vanzelfsprekend ook zeventien personeelsleden en vrijwilligers. De meesten van hen in hun vrije tijd. We hielpen de bewoners op tijd uit bed en bereidden hen voor op het dagje uit. De sfeer zat er bij de cliënten goed in, op een paar mannelijke bewoners na. Meneer Barendse had geen zin en wist niet goed wat hij kon verwachten. Na wat overredingskracht en een positieve benadering van mijn kant, besloot hij gelukkig toch om mee te gaan. En daar zou hij geen spijt van krijgen.

 

Alle medewerkers en vrijwilligers stonden om 7.30 uur al te trappelen.

 

Appels en peren

Om 10.30 uur reed een grote touringcar de parkeerplaats op. De bewoners stapten in. Het inladen van alle rolstoelen was een flinke klus, maar vele handen maken licht werk. Binnen een half uur was de bus klaar voor vertrek. De achterblijvers zwaaiden ons uit en luid toeterend vertrokken we richting de boulevard in Vlissingen. De weergoden waren ons gunstig gezind; het uitzicht over de Westerschelde was adembenemend. De bewoners genoten van alle schepen op de rede van Vlissingen en Michiel de Ruyter liet zich graag bewonderen. Via de havens van Vlissingen reden we richting Zuid-Beveland. Onze chauffeur vertelde uitgebreid over wat er allemaal te zien was in het landschap. De bewoners genoten, vooral van de appel- en perenoogst die op dat moment in volle gang was.

Grote griezelige reuzen pad

Rond 12.00 uur kwamen we aan bij de Vlindertuin, waar de lunch voor ons klaarstond. Met gevulde buiken bekeken we vervolgens de vlinders  en amfibieën. Mevrouw Roode vond de grote reuzenpad best griezelig. Ze gaf een gil toen ze hem zag, wat tot grote hilariteit leidde. Iedereen genoot in het bijzonder van de prachtig gekleurde vlinders. Het was een lust voor het oog. Na alle ‘oh’s’ en ‘ah’s’ legden we de dag vast op de gevoelige plaat. Alle bewoners poseerden gewillig en de groepsfoto was zó gemaakt. De koffie en thee met appelgebak gingen er daarna goed in.

Een nieuwe gids

Om 16.00 uur stapte iedereen weer aan boord van onze touringcar. We vervolgden de rondrit over Noord-Beveland. Collega Jeffrey pakte de microfoon om de rit van commentaar te voorzien. Zo zagen we een boer die druk bezig was op zijn land. Volgens Jeffrey was hij aan het ploegen. Meneer Van Steen griste de microfoon daarop uit zijn hand en corrigeerde: “Jullie moeten niet alles geloven wat deze knul zegt. Die boer is aan het eggen!” Meneer Van Steen had beter onze gids kunnen zijn, want hij wist, ondanks zijn dementie, meer van het boerenleven dan onze Jeffrey. Via Kats, Kortgene, Geersdijk en Kamperland reden we naar Veere. De stuurmanskunsten van de chauffeur leidden de grote bus door de meest smalle straatjes van Veere. Voor mevrouw Van Capelle was dit bekend terrein. Ze pakte haar vest en tas en zei: “Chauffeur, stopt u maar, hier woon ik.” We stelden haar gerust en overtuigden haar ervan dat ze nu bij ons woonde.

 

Chauffeur, stopt u maar, hier woon ik

 

Een fantastische dag

Om 18.30 uur kwamen we weer thuis. We bedankten de chauffeur voor de fantastische dag. Hij wilde óns juist bedanken, omdat hij het zo enorm naar zijn zin had gehad. De collega´s die thuisgebleven waren, hadden een van de huiskamers omgetoverd tot een gezellig restaurant. De bewoners genoten van de bolussen, eierkoeken, het Zeeuwse vlegelbrood en het rozijnen- en sukadebrood. De Zeeuwse broodmaaltijd was een succes! Na de maaltijd dronk iedereen nog een Zeeuws wijntje of likeurtje met een grote Zeeuwse bonbon. Voor we het wisten, was het 19.30 uur. Bewoners moe, medewerkers en vrijwilligers moe, en alleen maar tevreden gezichten. We keken terug op een zeer geslaagde dag. Van meneer Barendse, die eerst niet mee wilde met het uitstapje, ontving ik een paar dagen later een speciaal bedankje. Daar doe ik het voor! 

 

Zorg heeft niet alleen te maken met medische zaken. Het gaat nog meer over hoe je iemand uit bed haalt (met een vriendelijk ‘goedemorgen, heeft u lekker geslapen?’), over hoe je cliënten betrekt bij de dagelijkse dingen (zoals koken en wassen) of over het aanbieden van een belevenis (zoals een dagje uit in een bekende omgeving). Dit zou je allemaal kunnen scharen onder het kopje welzijn en maakt dat onze bewoners zo actief en zelfstandig mogelijk blijven. Bovendien doe je hiermee niet alleen de cliënten, maar ook de medewerkers, vrijwilligers, familieleden en andere betrokkenen een plezier.    

Suggesties?