Wijkverpleegkundige in sleutelrol

Patricia Wondergem Wijkverpleegkundige

Steeds op zoek naar de eigen kracht

Het beeld is al vaak gebruikt: spin in het web. Toch kiest Patricia Wondergem voor deze omschrijving van haar functie. Duidelijk en raak. Met het verdwijnen van verzorgingshuizen is de zorgverlening weer onderdeel van het dagelijks leven in dorpen en steden. Met de wijkverpleegkundige als spil. 

‘Communiceren en coördineren, dat is ons werk. Wijkverpleegkundigen zijn het zorginhoudelijk aanspreekpunt voor velen. Voor het verpleegkundig en verzorgend team, de cliënten en hun familie, de huisartsen, het management van SVRZ, specialistische zorg- en hulpverleners, gemeentelijke diensten. Alleen als we de goede netwerken aanleggen en onderhouden, is goede zorg te organiseren.’

Wat verandert er?

‘Steeds meer zorg in de woningen en de wijken. Dat betekent ook complexere zorg thuis. Een partner met dementie of Parkinson is een hele belasting. Dat mag je niet onderschatten. We moeten voorkomen dat mantelzorgers instorten. En als ze door omstandigheden, bijvoorbeeld ziekte of druk, wegvallen, is het wankel evenwicht verdwenen. Dan moeten we snel bijspringen.’

Thuis blijven wonen, is dat reëel?

‘Soms is thuisblijven geen optie meer. Als iemand accuut verward raakt. Of als de tocht bergafwaarts te lang doorgaat. Het is voor partners heel moeilijk om aan te geven dat ze het niet meer aankunnen. Je wil je man of vrouw toch niet wegsturen? Pas later komt de acceptatie; bij de partner, bij de cliënt. Daar hebben wijkverpleegkundigen een taak, maar er is ook een rol voor de dagelijkse zorgverleners. Als je helpt met douchen, praat je ook met elkaar. Zo ontstaat een vertrouwensband.’

Als we zorg afbouwen, doen we dat heel zorgvuldig. Hulpmiddelen, aanpassingen, alarmering

Hoe bepaal je de noodzaak tot zorg?

‘Het stellen van de juiste diagnose is méér dan lijstjes invullen. Ook je ervaring en gevoel spelen een rol, maar je moet het wel kunnen onderbouwen. Je hebt wel eens iemand die uitstraalt dat er niks aan de hand is. Als ik daar een niet-pluisgevoel over heb, blijf ik proberen om dat bespreekbaar te maken. Zolang iemand verdoezelt zonder zorg niet uit de voeten te kunnen, kan ik geen verpleegkundige diagnose op papier stellen.’

Welke rol speelt de cliënt?

‘Steunkousen leidde vroeger automatisch tot komst van de thuiszorg. Nu kijken we eerst naar hulpmiddelen en aan te leren gedrag. Dus als iemand tegen een beperking aanloopt, gaan we nu eerst aan tafel zitten om samen te ontdekken wat werkelijk nodig is. Onze taak is het om mensen zo zelfredzaam mogelijk te krijgen en te houden. Om hun eigen kracht te benutten. En vaak kunnen ze meer dan ze dachten of deden.’

Was het vroeger te makkelijk?

‘Laatst was er een mevrouw die wat gebroken had en die we moesten helpen met douchen. Dat was echt nodig, maar wat bleek? In het verleden werd ze al twee keer per week door ZorgThuis volledig gedoucht. Dat vond ze best fijn, maar gaf toe dat ze toen wel dingen zelf had gekund. Overigens denk ik niet dat mensen zomaar wilden profiteren van voorzieningen. Ze onderschatten hun eigen mogelijkheden en hulpverleners gingen daarin onbewust mee. Het is toch een kleine moeite om even wat extra’s voor een cliënt te doen? Het zit ook wel in de harten van verplegenden en verzorgenden: wij willen graag voor mensen zorgen.’

Hoe sta je er zelf in?

‘Mijn werk heeft ook bij mij de ogen geopend. We hebben een tijd achter ons dat we problemen graag buiten de deur stalden. En verder; ieder voor zich. Een tijdje terug had mijn buurman van tachtig een ernstig ongeluk. Wonder boven wonder kwam hij daar weer goed bovenop. Toen ik met mijn zoontje van drie pannenkoeken ging bakken, dacht ik: waarom eten we die niet gezellig bij de buurman op? Het bleek een goed idee. Ook heb ik aangeboden van de supermarkt wat zwaardere boodschappen mee te nemen. Ook als het niet nodig is, blijkt het een gewaardeerd gebaar’.

Is je rol moeilijk?

‘Ik had meer weerstand verwacht. Mensen gaan mee in het verhaal over hun eigen kracht. Het is niet mijn taak om mensen zorg te onthouden. Ik heb ook niet het gevoel dat ik dat doe. Als we zorg afbouwen, doen we dat heel zorgvuldig. Hulpmiddelen, aanpassingen, alarmering. We overleggen over de inschakeling van mensen uit hun netwerk. We maken afspraken over de beste gang van zaken. Waarom niet douchen als er toch al iemand in huis is, bijvoorbeeld een nichtje dat schoonmaakt? Wel zo veilig! Natuurlijk erkennen we ook dat partners en kinderen niet zijn opgeleid voor zorgtaken. En we houden in de gaten dat het hen niet over de schoenen loopt. Ze kunnen zich bovendien altijd melden als de situatie verandert. Ook daar is de wijkverpleegkundige voor.

 

 

Suggesties?