Weer op eigen benen

Jos Quaak Cliënt

Hij kan weer lopen. Stoer gaat Jos Quaak midden in de kamer staan. Zijn vrouw kijkt hem stralend aan. Zij gelooft misschien in een wonder, maar hij gooit het op geluk, doorzettingsvermogen en haar bijna slavendrijvende aanmoedigingen. Met dank aan dokters, fysiotherapeuten, verpleeghulpen en thuiszorgers. Maar nu kunnen de helpers weg. Hij staat weer op eigen benen. Op eigen been en kunstbeen eigenlijk.

Levend lesboek

Ziektegeschiedenissen. Jos en Gien Quaak kunnen er een boek over schrijven. Een vervolgroman die begint met longproblemen in het leger en voorlopig eindigt met de nasleep van een beenamputatie. Het verhaal van Gien is snel verteld. Ze heeft MS, multiple sclerose. De aantasting van haar zenuwstelsel lijkt alweer een tijdje stil te staan. Afkloppen maar! – zo bedenken ze. Maar Jos is een levend lesboek voor artsen.

Veel zelf doen

Het afgelopen jaar was zwaar. Jos Quaak ondergaat meerdere operaties, krabbelt twee keer op in Ter Valcke te Goes, krijgt volop thuiszorg en vindt het nu welletjes. Want zorg is prima zolang het nodig is. Maar wat hij en zijn vrouw zelf kunnen, doen ze ook zelf. Goed voor het lichaam, goed voor de geest, goed voor het gevoel van eigenwaarde – zo zeggen ze tegen elkaar. Dus blijft hij niet hangen in het revalidatiecentrum en verminderen ze stap voor stap de thuiszorg. Tot nul.

Wat hij en zijn vrouw zelf kunnen, doen ze ook zelf. 

Gien Quaak: ‘Ik help Jos ’s ochtends met dingen die hij niet kan. Met het aandoen van z’n kunstbeen, z’n sok, een katheter, klaar is Kees. Ik speel dus opstarthulp. Met liefde en plezier. En verder zit ik hem goed op de huid: hij moet vooral veel zelf doen en proberen. Het werkt!’

Blijvende bronchitis

Jos Quaak heeft als kind last van dauwworm en bronchitis. Als jongeman denkt hij de hele wereld aan te kunnen. Totdat hij tijdens z’n diensttijd met twintig man op een kamer moet slapen, onder vochtige en zanderige paardendekens. Prompt krijgt hij heftige longproblemen. De bronchitis blijft de rest van z’n leven de kop opsteken. Zo’n acht jaar na hun huwelijk begint het écht mis te gaan. Sarcoidose is de eerstvolgende ziekte die aanklopt. Korreltjes in het bindweefsel. Ze kunnen uitgroeien tot knobbels, zichtbaar op de huid. Maar ook bijvoorbeeld lymfeklieren, longen en lever lopen gevaar.

Een keten van kwalen

Daarna buitelen de ziektes over elkaar zijn lichaam en leven binnen. De ziekte van Crohn met chronische darmontstekingen. Allergieën van uiteenlopende aard. Polyneuropathie, waarbij de uiteinden van de zenuwen het begeven, vooral in de armen; minder kracht, minder gevoel. Dan weer ontstekingen in maag en gal. Staar aan beide ogen. Bacteriën die zich nestelen in de bloedbaan en vervolgens hartkleppen, nieren en benen aanvallen. Arbeidsongeschiktheid en een amputatie komen bijna vanzelfsprekend op z’n pad.

Een nieuwe liefde

Jos Quaak begint zijn werkzaam leven als kassier bij de Rabobank in Zierikzee. Langzaam maar zeker werkt hij zich op tot hoofd assurantiën. Gien dat de bindweefselziekte een struikelblok vormt. Zijn longen zien er uit als een versleten landkaart. Zenuwen die zijn lichaam aansturen haperen. Om twee uur ’s middags is hij uitgeput. Maar een dutje doen is er bij de Rabobank niet bij. Halve dagen werken evenmin. In 1990 volgt ontslag. Met de arbeidsongeschiktheid doet een nieuwe liefde zijn intrede: antieke en oudheidkundige vondsten. Het begint met dertien tegels, gevonden in de fundamenten van - jazeker! - de Rabobank. Daarna volgt van alles: jade, ivoor, munten, boeken, ansichtkaarten, heiligenbeelden, foto’s. Verzamelen en verkopen, het wordt zijn lust en zijn leven.

Het was niet allemaal kommer en kwel

Weer op eigen benen 

Jos Quaak: ‘Het was niet allemaal kommer en kwel. Sommige van mijn ziektes zijn sluipmoordenaars, maar ik kan er niet boos om worden. Zo is het nu eenmaal. We hebben samen jaren gevolleybald, met de caravan vakantie gevierd, onze twee dochters als baby in Sri Lanka opgehaald. En ik had alle tijd voor mijn hobby, ook een soort chronische ziekte... Stel je eens voor, een zevenduizend jaar oud beeldje uit Syrië in je handen houden...’ 

Jos is ziek, nee zwak, nee vatbaar... 

 

Gien Quaak: ‘Jos is ziek, nee zwak, nee vatbaar... Hij is vatbaar voor allerlei kwalen en rare mankementen. Daardoor heb ik me altijd moeten aanpassen, vooral in tempo. Toen kreeg ik zelf rugklachten bij stress. En in 1992 bleek het MS te zijn. Ik moest wat gas terugnemen en hield zo’n beetje gelijke tred met Jos. Och, als we gingen wandelen, moesten we tussenstops maken; een prima smoes om kroegjes en koffietentjes binnen te stappen.’

Bacterie houdt huis

De opmars naar een beenamputatie begint voor Jos Quaak in 2012. Tijdens het uitlaten van de hondjes merkt hij een raar plekje bij z’n voet. Een zwart puntje. Hij knijpt erin en de etter spuit eruit, wel een meter ver. De pijn valt mee, want de zenuwen daar liggen allang op apegapen. Vijf artsen staan om de onderzoekstafel achter hun oren te krabben. Het blijkt een bacterie die altijd twee uitgangen maakt. Ze weten er geen raad mee. Dan de volgende kwaal: verstopte darmen. Hij moet voor een paar dagen naar het ziekenhuis. De verrassende conclusie: je kunt niet poepen vanwege die ontsteking aan je voet. Hij moet maar weer naar huis.

 

Jos Quaak: ‘Toen ik thuiskwam kon ik niet van de scootmobiel naar huis lopen. Mijn buurman, gelukkig een sterke vent, heeft me gedragen. Het is een bizar idee dat zo’n bacterie alsmaar zit te graven in je vlees. Mijn hele voet bleek één groot gangenstelsel. Alleen maar pus.’

Kantje boord

Twee weken later. Naar het ziekenhuis met die voet. Een sneetje in de hiel leert dat het bot is aangetast. Amputatie. Jos hoort het gelaten aan. Hij staart treurig in de verte, tranen in de ogen. Hij ziet zichzelf al met zo’n stomp. Voortaan hompelen. In het beste geval achter een rollator aansjokken. Levenslang invalide. De artsen steggelen ondertussen nog over de zwaarte van de ingreep: boven of onder de knie? Jos is blij dat z’n eigen dokter wint: onder de knie. De operatie verloopt technisch goed. Maar weer slaan bacteriën toe. Ze nestelen zich in de bloedbaan en vallen het hele lichaam aan. Met spoed naar de intensive care. Daar blijft hij twee weken.

Hij is langs de hemelpoort gelopen

Gien Quaak: ‘Hartstikke ziek was hij. Hij is langs de hemelpoort gelopen. Het is dat Petrus niet thuis was, anders had hij Jos zo naar binnengetrokken. Een paar maanden later was het niet veel beter. Er waren complicaties rond een galoperatie. Ook toen betekende dat een paar maanden in het ziekenhuis ziekenhuis. Gelukkig blijf ik er nuchter en kalm onder. Na het ziekenbezoek ging ik vaak een stuk fietsen; de wind door de haren, het hoofd leegmaken.’

 

Jos Quaak: ‘Toen ik na de amputatie bijkwam, deed het me niks. Het was zoals ik gedacht had. En ik mocht me zelf morfine toedienen, ook lekker. Van de tijd op de intensive care herinner ik me vlagen. Ik hing aan draden, pompen machines. Door m’n slechte huid moesten de slangen op vreemde plaatsen erin en eruit.

Leren lopen

Revalidatie in Ter Valcke te Goes. Inclusief wondverzorging, omdat de plek van de amputatie openklapt en slecht geneest. Na twee maanden weer naar het ziekenhuis met problemen in de buik. Een operatie aan de gal. Weer complicaties. Eten lukt nauwelijks, de smaak is hij kwijt. Zijn gewicht keldert van 98 naar 65 kilo. Twee maanden later verlaat hij het ziekenhuis. Half hersteld gaat Jos Quaak weer naar Ter Valcke. Hij wil graag leren lopen. Ook al is dat achter een rollator.

 

Jos Quaak: ‘Fantastisch wat ze daar op de fysio met mensen doen. Met geduld, met toewijding, met een lach, maar ook streng. Ze hebben me weer op de been gekregen. Ik vond het zwaar, maar als ik om me heen keek, viel het wel mee. Als je ziet hoe anderen er bijvoorbeeld na een hersenbloeding aan toe zijn, verzacht dat het eigen leed. Bijna niks kunnen, onverstaanbaar praten en ondertussen nog gewoon je verstand hebben… een gruwel lijkt me dat. Dan ben ik een gezegend mens.’

Ze hebben me weer op de been gekregen

Jos Quaak heeft weer tijd voor z’n hobby. Urenlang hangt hij rond in de garagebox onder z’n appartement. Tussen oude dozen en oude spullen. Soms is hij opgetogen over vondsten waarvan hij bijna vergeten was dat hij ze had. Met bijvoorbeeld een Mariabeeld in de armen loopt hij dan door de kale kelder. Wonderbaarlijk hersteld en toch...geen wonder. 

Suggesties?