Vijftig jaar eenzaamheid zijn voorbij

Rosaline Lee Cliënt

Vijftig jaar geleden komt haar leven krakend tot stilstand. Haar huwelijk strandt. Rosaline Lee raakt opgesloten in haar verdriet. En in haar huis. Geen vrienden. Geen contact met de buren. Geen Nederlandse taal. Het gaat van kwaad tot erger. Ze wordt halfdood aangetroffen. Verhongerd, verwilderd. Een paar maanden later is daar ineens het begin van een lachje. Na vijftig jaar.

Het begon zo mooi. Jeugdige stewardess ontmoet veelbelovende manager. Ze verhuist van Hongkong naar Terneuzen. Een hele overgang, maar die is overgoten van rozengeur en maneschijn. Na een jaar of acht is het feest voorbij. Haar man pakt z’n biezen. Haar familie woont ver weg. De eenzaamheid begint.

Voorgoed voorbij

Even probeert ze de draad nog op te pakken. Een paar maanden Canada, een paar maanden Hong- Kong; even onder de vleugels van de familie. Dan gaat ze terug naar Terneuzen, de plek waar ze zo gelukkig was. Maar dat blijkt voorgoed voorbij. Een paar keer per maand belt ze met twee van haar zussen. Soms een uur lang. En na dertig jaar duikt daarin nog steeds de vraag op of haar man nog ooit terug zal komen. Wat denkt de lieve zus daarvan? De familie stuurt af en toe een doos met ingrediënten voor Chinese maaltijden. Met Kerst druppelen wat kaarten binnen, elk jaar minder. En dat is het dan ook.

Stilte op de lijn

Vijf jaar geleden sterft haar zus in Amerika. Blijven de telefoontjes naar haar jongere zus in Canada over. Maar deze krijgt wat anders aan haar hoofd: longkanker. Ongeneeslijk. Op haar sterfbed in mei 2015 drukt ze haar dochter op het hart dat ze contact moet zoeken met tante Rosaline in Terneuzen, The Netherlands. Ze is ongerust, want er is al een jaar geen contact meer geweest. Tante Rosaline antwoord niet meer. Stilte op de lijn. Telefonisch familieberaad tussen New York, Vancouver en Zürich. Priscilla, het nichtje uit Zwitserland, besluit met haar man Michael poolshoogte te gaan nemen in Zeeuws-Vlaanderen. Zij woont immers het dichtst bij.

Rosaline Lee ontdekt de buitenwereld. Voorzichtig zoekt ze contact. Maatschappelijk werkster Jeanine Smith is blij  Ze kan weer lachen.'

Volop verzet

Eva Ching in New York krijgt in juni vanuit Terneuzen telefoon van nicht Priscilla. Ze zit bij tante Rosaline in de kamer. Alles is goed. Een kwartier later belt ze weer, huilend. Nu kan ze praten, want ze staat even buiten. Het is een puinhoop: tante verward en afwerend, het huis vies en verwaarloosd. Tijd voor actie! Drie weken later vliegen Priscilla en Michael opnieuw naar Nederland. Tante doet niet open. Bellen en bonzen helpt niet. De post puilt uit de brievenbus. De politie en een slotensmid bieden uitkomst. Ze treffen tante uitgeput in bed. Hulp wil ze niet. Iedereen eruit!

De verschrikking

Een maatschappelijk werker en huisarts kunnen weinig doen, vinden ze: mevrouw wil geen hulp. De twee nichten in Amerika en Canada besluiten dat ze in september een paar weken naar Nederland moeten gaan om orde op zaken te stellen. Maar weer doet tante niet open. Ze plakken een briefje met Chinese tekst buiten op het raam en wat tape op de deur. Zo kunnen ze zien of er beweging is in het huis. Niets! Contact met de dokter en de maatschappelijk werkster levert ook weinig op. Op dag drie gaan ze met een sleutel, die ze hebben ingepikt van de slotenmaker, naar binnen.

 

Eva Ching: ‘De stank sloeg je in het gezicht. We dachten dat ze dood was. Ze lag op de vloer, uitgedroogd, uitgeteerd, midden tussen de uitwerpselen. Maar ze ademde nog. Wijzelf konden dat nauwelijks en moesten naar buiten voor wat frisse lucht. We belden de dokter en gingen weer naar binnen. Ze deed de ogen open en stak een hand omhoog: help… Gelukkig, ze wilde geholpen worden. Maar even later was dat voorbij. Ze schold de ambulancebroeders uit voor moordenaars en er moesten vier politiemensen aan te pas komen om haar op de brancard te krijgen.’

Hemel en aarde

In het ziekenhuis is Rosaline Lee wars, zegt op alles nee. Haar nicht moet haar met verleiding en zachte dwang zover krijgen, dat ze de vijf centimeterlange omgekrulde vingernagels laat knippen. Toch denken dokters dat ze haar er wel weer bovenop krijgen en dan kan ze naar huis. De nichten schrikken zich rot. Naar huis? Dan doet ze de deur op slot en sterft. De buren hebben hen ook al verteld dat tante geen contact wil. Als ze haar aanspreken draait ze het hoofd weg en vlucht naar binnen. Als een gewond dier. De nichten bewegen hemel en aarde om hun tante ergens onderdak en verzorgd te krijgen. Via een oud contact in het ziekenhuis komt maatschappelijk werkster Jeanine Smith in beeld. Deze werkt inmiddels bij SVRZ in ’t Gasthuis te Middelburg.

 

De vier musketiers. Zo noemen de hulptroepen uit Zwitserland, USA en Canada zichzelf. Ze zijn er voor hun tante.

 

Jeanine Smith: ‘Ze kwam met een plastic zakje met kleren en een lijstje met adressen van familieleden. We mochten haar een aantal maanden in revalidatie nemen. Het begon moeizaam. Wekenlang wilde ze nauwelijks voeding en geen contact. Maar wat wil je? Ze had geen radio, geen televisie, geen telefoon, geen kranten of tijdschriften. In haar huis lag alleen nog een Time Magazine. Uit 1980! Ik ben begonnen met elke morgen binnenlopen om haar gedag te zeggen. Het bleek te werken. Ik kreeg steeds meer contact met mijn Ushi, zoals ik haar stiekem noemde. Ze was mijn project. Ik zou haar weer onder de mensen krijgen.’

Onverbiddelijk nee

De maanden revalidatie zitten er op enig moment op. Ze moet naar huis. De familie is radeloos. De verantwoordelijke zorgautoriteit is onverbiddelijk. Er is geen indicatie om haar in een verpleeghuis onder te brengen. Rosaline is soms vergeetachtig, soms kraakhelder. Een dementietest wil ze niet. Dus begint een zoektocht naar een passende woonvorm. De familie zal wel zien waar ze het geld vandaan haalt. Maar kan ze niet in ’t Gasthuis blijven? Daar begint ze zich thuis te voelen. Daar hebben ze haar toch weer mens gemaakt? Nog een keer aangeklopt bij het CIZ, het Centrum indicatiestelling zorg. Tevergeefs. Bij het verzamelen van de spullen voor de aanstaande verhuizing komt ineens een papiertje tevoorschijn. Een indicatie voor opname in een verpleeghuis. Al eerder door het CIZ afgegeven. Ze mag in ’t Gasthuis blijven wonen. Haar waardigheid hervonden.

 

Eva Ching: ‘Opnieuw een wonder. Er moet een engel op haar schouder zitten. Het was al een wonder dat we haar gevonden hebben. Op het juiste moment. Een week eerder en ze had ons weggestuurd. Een week later en ze was dood geweest. En nu is ze herboren. Ze is een ander leuker mens aan het worden. Als familieleden komen we geregeld op bezoek. We hopen haar af en toe een paar minuten van echt geluk te geven. Of een paar seconden. En dat ze waarschijnlijk Alzheimer heeft, is niet erg. Want ik herinner me de woorden van mijn vader die deze ziekte ook had.  Hij zei: hoe minder herinneringen, des te minder problemen. Dat was voor mij zijn laatste les.’

Suggesties?