Snel weer op de been

Frida de Graeve Cliënt

Ze heeft zin in het leven. De rolstoel is verleden tijd. Voorgoed, hoopt ze. Een paar maanden geleden hing er nog een donkere sluier over haar bestaan. Die heeft ze weggelachen en weggewerkt. Weg geknokt! ‘Bij de pakken neerzitten is niks voor mij. Dat hadden ze bij SVRZ goed in de gaten. Ze hebben me snel weer opgelapt.’

Frida de Graeve en haar man Hilaire zijn net verhuisd. Naar een appartement met zorg in Terneuzen. Hun huis in Philippine werd te bewerkelijk. Hilaire heeft al langer problemen met bewegen en uithoudingsvermogen. Frida barst nog van de energie, maar een hand  en een been sputteren nog wat tegen. Dus tijd voor een nieuwe woning, een nieuwe start. Kalmpjes aan – zo hebben ze zich voorgenomen.

Op haar billen

Maandag 12 mei 2014. Een dag als alle andere. Hillaire scharrelt in het huis rond. Frida loopt kwiek de trap op. Halverwege lijkt de batterij leeg. Terug naar beneden durft ze niet, naar boven kan ze niet. Met het laatste restje pure wilskracht sleept ze zich toch naar de badkamer. Letterlijk. Ze realiseert zich dat ze op haar billen zit, maar is niet gevallen. Gekropen blijkbaar. Ze wil op bed liggen, uitrusten, energie opdoen. Daar vindt haar man haar. Ze geeft geen sjoege, ook niet na bezorgde tikjes op haar wang. 112 bellen dus.

 

De ambulancebroeders waren er snel.


'De brancard kon de trap niet op en af. Dus hingen ze me tussen hen in en hielpen me naar beneden. Doodeng! Van de scan en het ziekenhuis herinner ik me weinig. Alleen dat ik ’s nachts soms stikte van de dorst en dat dan niemand kwam.’

Benauwde gedachten

Na een week ziekenhuis gaat ze voor revalidatie naar zorgcentrum Ter Schorre. Pas dan  dringt tot haar door dat ze een hersenbloeding heeft gehad. En wat die met haar doet. Een arm valt krachteloos naar beneden. Een mondhoek trekt. Slikken gaat slecht. Lopen lukt niet. Maar haar levenslust niet geblust. Ze laat zich niet kisten. Niet figuurlijk en al helemaal niet letterlijk. Al heeft ze het wel even benauwd als ze aan Ter Schorre denkt.

 

‘Jakkes, nu ben ik aan de beurt. Ik mag daar doodgaan. Maar ze kunnen er echt wel wat anders dan mensen netjes naar hun einde begeleiden. Ze geven je een nieuwe kans. Bij mijn familie was dat anders. Mijn moeder leed aan dementie. Acht jaar lang. Gelukkig een leuke vorm, want we hebben wat afgelachen. Mijn vader was op z’n oude dag zelfs een beetje jaloers op haar vriendschap met andere mannen. Zelf kwam hij in Ter Schorre na een beenamputatie. Voordat het tweede been eraf moest, heeft de dood hem ingehaald. En mijn broer van tachtig had een onbehandelbare hersentumor. Allemaal zaken, waar geen kruid tegen gewassen was. Bij mij lag dat anders…’

Levensverhalen

In Ter Schorre wacht Frida de Graeve een heel programma boordevol fysio, logopedie en ergotherapie. Verder draagt ze haar steentje bij in de ontbijtgroep, helpt andere bewoners bij allerlei klussen en wil ook best zelf geholpen worden. Weinig vrijetijd en veel vooruitgang. En tussendoor komen de levensverhalen los, vol vreugde en verdriet. Ze vertelt over haar man met wie ze vijftig jaar getrouwd is. En die nu alleen thuiszit en best wat hulp kan gebruiken.

 

‘Hilaire werkte in de metaalconstructie en offshore. Olieplatformen maken. Ik zag hem en zijn collega’s vaak bij de brug staan als ik naar mijn werk ging. Ze floten. Ze vonden mij wel een kittig meisje, geloof ik. Met carnaval ging hij als zeerover en heeft hij me buit gemaakt. Niet meteen. Want toen hij om een zoen vroeg, zei ik dat hij tot volgende week moest wachten.’

Hart en kanker

Het leven kabbelt voort. Ze krijgen twee zonen. En als hij 45 is, beginnen de problemen bij Hilaire. Eerst het hart, later kanker. Dotteren, bypasses, een hartoperatie, vocht achter de longen, chemo, kapotte aderen, het gaat maar door. En zijn conditie sukkelt achteruit. Trappenlopen voelt als bergbeklimmen. Voor biljarten heeft hij nog energie. Maar een biertje is er allang niet meer bij. Het huishouden en de tuin komen noodgedwongen op Frida’s schouders neer. Die vindt het geen probleem, want ze was altijd al de sterkere. Schilderen, behangen, timmeren, varkens slachten – ze heeft het allemaal gedaan. Thuis, bij vrienden en bij familie. En dan velt de hersenbloeding haar. Rolstoelenwerk, misschien wel de rest van haar leven…

 

We hebben tijden voor de spiegel gestaan: proberen, proberen, proberen én lachen.


‘Niks daarvan! Ze hebben me in Ter Schorre op de been gekregen. Het was hard werken. De eerste dag leerden ze me hoe ik me aan moest kleden en verzorgen. Dat kon ik al…dacht ik. Maar niet met één arm. En niet met een been dat onder je wegklapt. Probeer dat maar eens! De BH met één hand goed krijgen, zorgen dat bij het t-shirt het labeltje niet van voren komt te zitten...helse klussen. Ik had twee helpers.  Het waren twee giechelmeiden, maar wel hartstikke deskundig. En eentje was ook nog streng! Die avond lag ik op apegapen. De tweede dag was ook bijzonder. Een knappe, donkere man met van dat rastahaar kwam me helpen. Hij bracht me naar de eetzaal, schoof mijn stoel aan. Trots keek ik om me heen. Ik voelde me net een koningin. Echt waar!

Rondjes draaien

Ze gaat fanatiek trainen. Slechts drie maanden duurt de revalidatie in Ter Schorre. Begin juli mag ze naar huis. Naar Philippine. Naar het huis met de tuin vol bloemen. Ze kan er deze zomer nog van genieten. Tussen fysiotherapie en zwemmen door. Nog steeds gaat ze elke week met een therapiegroepje naar het zwembad. De eerste keer blijkt dat een bijzonder avontuur. Door de zwakke linkerarm draait ze korte rondjes, recht naar de bodem toe. Begeleiders moeten haar naar boven halen. Proestend van het lachen ligt ze in het water. Inmiddels gaat het beter en worden de rondjes steeds ruimer – zo verzekert ze.

 

Proestend van het lachen ligt ze in het water.

 

‘Zo’n hersenbloeding is niet niks. Maar ik ben er sterker door geworden. Sterker dan ik dacht. En weer een levenservaring rijker. We wonen nu prima in een zorgappartement in Terneuzen. Mijn man dacht dat ik nooit afstand wilde doen van ons huis met tuin. Maar het is nodig. Voor hem, en ook wel voor mij. Na veertig jaar hebben we ons huis opgeruimd en in de verkoop gezet. O jee, nu ik eraan denk, ik vrees dat onze liefdesbrieven nog op zolder liggen. Die hebben we er niet vanaf gehaald.’

Suggesties?