Nachtbraker met zorgtalent

Anja van Keulen 1e medewerker zorg IG

In de ochtendspits zitten gemiddeld ruim twee miljoen mensen in de auto. Anja van Keulen is er één van. Alleen zit haar negen uur durende dienst erop en gaat zij naar huis. Ze werkt nu vijftien jaar als nachtverzorgende bij de Zeeuwse zorgorganisatie SVRZ. Zwaar, maar ook heel dankbaar werk.“Cliënten zijn ’s nachts kwetsbaarder dan overdag. Het contact met hen is dan ook heel bijzonder.”

“Ik ben altijd al een nachtmens geweest. Als kind las ik stiekem boeken onder de dekens met een zaklamp, omdat ik toch geen slaap had. Nu werk ik als nachtverzorgende voor cliënten met dementie en met een verstandelijke handicap. Veel collega’s willen niet ’s nachts werken. Ik juist wel. Bij SVRZ sprongen ze een gat in de lucht toen ik dat zei.

Veel collega’s willen niet ’s nachts werken. Ik juist wel.

Warmte vervangt fixatie

Mijn nachtdienst begint met de overdracht: een overleg met de dagcollega over de bijzonderheden van die dag. Daarna loop ik een ronde om te kijken of alles in orde is. Ligt iedereen in bed? Zijn deuren en ramen gesloten? De rest van mijn dienst ben ik er vooral om cliënten te ondersteunen die mij om hulp vragen. Ik stel bijvoorbeeld mensen gerust die niet kunnen slapen of help als iemand naar het toilet moet. Ik werk veel liever ’s nachts dan overdag. Natuurlijk baal ik wel eens als het slecht weer is en ik in het donker door de regen moet rijden. Maar zodra ik bij mijn cliënten ben, ben ik dat allemaal weer vergeten. Wat het werk zo bijzonder maakt, is dat mensen zich juist

’s nachts kwetsbaar opstellen en hun onzekerheden laten zien. Daardoor krijg je een heel hechte band met ze. Cliënten met dementie hebben vaak behoefte aan warmte en nabijheid. Die kan ik ze geven. Dat is ook nodig, want vaak zijn ze ‘s nachts nog verwarder. Zo was er een cliënt die ’s nachts steeds over zijn bed liep en er bijna van afviel. We fixeren niet, dus moest ik iets anders bedenken. Uiteindelijk heb ik hem rustig kunnen krijgen door met hem te praten en naar hem te luisteren. Zonder medicijnen, gewoon door er voor hem te zijn. Nu slaapt hij weer de hele nacht door, alsof er niks aan de hand is.

Voor altijd nachtdiensten

Als nachtverzorgende moet je geen angsthaas zijn, want je werkt alleen. Er is wel een collega van de thuiszorg oproepbaar voor als er nood is, maar normaal gesproken zie ik ’s nachts geen collega’s. Dat kan soms best eng zijn. Zo liep er eens een onbekende man op de gang toen ik mijn ronde deed. Daar schrok ik van! Hij bleek een logé te zijn die niet was doorgegeven. Op zulke angstige momenten zou een collega-nachtverzorgende fijn zijn. Alleen werken is soms dus zwaar, maar gelukkig vooral heel fijn. Ik kan op mijn eigen tempo werken en zelf beslissingen nemen. Mijn collega’s zie ik overdag bij teamoverleggen. Een goed moment om de gang van zaken uitgebreid te bespreken. Last van een verstoord dag-en-nachtritme heb ik nooit. Gelukkig maar, want ik wil dit werk nog heel lang blijven doen. Natuurlijk ben ik tijdens een dienst wel eens moe, maar dan ga ik gewoon wat actiefs doen zoals opruimen. Ik hoor regelmatig dat nachtdiensten niet meer lukken als je ouder bent dan 55. Ik ben nu 54, dus ik hoop dat dit voor mij niet geldt!”

 

 

 

 

 

Suggesties?