Ineens staan ze in hal, of er plek voor hen is

Cary Boon Familielid

Zelfredzaamheid. Annie en Cor Boon uit Terneuzen geven er een wel heel bijzondere invulling aan. In februari 2011 staan ze zomaar in de hal van SVRZ-locatie Ter Schorre. Onaangekondigd, zonder afspraak, zonder doorverwijzing, onduidelijk wat er moet gebeuren. Twee wat afwezige, oude mensen. Ze stralen uit: hier moeten we zijn en zoek het verder maar uit!

Lachen en huilen vechten om voorrang

Dochter Cary Boon draait in haar hoofd de film nog een keer af

‘Van zelfredzaamheid was allang geen sprake meer. Moeder blinkt uit in vergeetachtigheid. Alles kwijt, verkeerde afspraken, onzin-antwoorden en geregeld in de war. Ze kookte vaak niet; te druk met niks, geen besef van tijd. En dan waren er ook nog die paniektelefoontjes, soms midden in de nacht. Over spullen die ze niet kon vinden, over zaken die ze vooral niet mocht vergeten, over de angst dat ze iets over het hoofd gezien had. Onrust en paniek.’

Ook met vader gaat het slecht.

Hij kan het allemaal niet meer bolwerken na een herseninfarct, een reeks tia’s en oprukkende spraakproblemen. Onregelmatigheden in eten en zorg maken zijn conditie er niet beter op. Dochter en schoonzoon zoeken naar oplossingen. Ze hebben hun werk en steeds is er de onrust dat iets mis kan gaan. Ze hebben het gevoel voortdurend achter de feiten aan te lopen. En dan lijken de oudjes het heft in eigen handen te nemen; verward als ze zijn.

 

Cary Boon: ‘Niemand weet wat ze gedacht hebben en hoe ze in Ter Schorre terecht zijn gekomen. Het werd meteen prima geregeld. Crisisopvang in De Vurssche te Axel. Met z’n tweetjes op dezelfde afdeling. En maar een kippeneindje van onze woonplaats Overslag. Volgens mij hadden ze al snel het idee op vakantie te zijn. Ze zaten op het balkon gezellig te bakken in het voorjaarszonnetje. Ze werden bediend, hoefden niets, alles werd voor hen gedaan.’

Rust, reinheid en regelmaat doen hun werk

Vader Boon knapt zienderogen op. Hij meldt vol overtuiging dat hij wel naar huis kan. Pijn heeft hij immers niet meer. Maar gaten of kortsluitingen in zijn hersens blijven. Moeder Boon gaat snel achteruit. Ze komt in een rolstoel. Ondanks de zorg vermagert ze en ligt een paar keer kantje boord. Ook de verpleging schudt twijfelend het hoofd. Maar steeds krabbelt ze weer op. Tot afgelopen zomer. Accuut hartfalen en de volgende dag is ze er niet meer.

Soms draait hij zijn rolstoel zomaar om, zwaait even en snelt de gang in. Weg! Nog net niet weg uit haar leven…  

Cary Boon: ‘Ik ben met mijn vader naar haar toe gegaan. Annie is dood…gestorven… overleden…niet meer bij ons. Ik gooide alle woorden in de strijd, maar het leek niet binnen te komen. Hij keek en ging weg. Alsof hij de werkelijkheid buitensloot. Inmiddels is hij soms erg verdrietig en roept hij haar. Als dochter grijpt dat je aan. Je kunt bovendien niet meer aankloppen voor een helpende hand, een luisterend oor of welkom advies. Je komt – als het ware - in een omgekeerde rol terecht.’

Zorg krijgen verandert in zorg geven

Aandacht ontvangen in er voor hem zijn. De overheidsveranderingen in het zorgstelsel gaan aan dit type cliënten voorbij. De langdurige zorg blijft buiten schot. De inhoudelijke veranderingen in de zorg gaan ondertussen door. Cary Boon, lid van de cliëntenraad, vindt het verbeteringen. Veel bewegingsgerichte zorg: de ouderen zoveel mogelijk zelf laten doen, hen inschakelen bij de dagelijkse gang van zaken, hen prikkelen om te benutten wat ze nog in zich hebben. Dat werkt door in het contact tussen cliënt en mantelzorgers. Cary en haar man schenken in het restaurant nu niet langer een biertje voor pa in. Dat kan hij best zelf.

Cary Boon: ‘Dementie komt met verdriet. Het is afscheid nemen. Met stukjes en beetjes. Je accepteert het verlies en moet blij zijn met wat er nog is. Mijn moeder is vorige zomer overleden. Mijn vader is nog maar een schim van zichzelf. Hij herkent me en noemt me z’n meisje.
Maar soms denkt hij dat ik mijn moeder ben.’

Cor Boon is soms een langslaper

Als hij geen zin heeft om op te staan, krijgt hij ontbijt op bed en verzorgen ze hem later. Cary vindt het lief dat zoiets kan, dat ze zijn wensen respecteren. Toch is het moeilijk om te weten wat hij werkelijk wil. Ze houden van hem, ook nu nog. Maar steeds vaker kan hij de juiste woorden niet meer vinden. Afasie. Een ramp, zeker voor iemand die het z’n hele leven als vertegenwoordiger van z’n praten moest hebben. Soms draait hij zijn rolstoel zomaar om, zwaait even en snelt de gang in. Weg! Nog net niet weg uit haar leven…  

 

 

 

 

 

 

Suggesties?