Ik kook graag. Maar vlees braden is er niet meer bij.

George Nijkamp Cliënt

George Nijkamp, 66 jaar lijdt aan de slopende longziekte COPD. Drie keer is hij voor herstel opgenomen in ‘t Gasthuis te Middelburg.

‘Angst went

Benauwdheid is verschrikkelijk. De eerste keren was er paniek en dacht ik dood te gaan. Na twaalf jaar herken ik de signalen. Ik weet wat me te wachten staat. Paardenmiddel prednison, antibiotica en zuurstof. Mijn longinhoud is nog geen dertig procent meer en de bacteriën slaan hun slag.’

 

SVRZ is mijn redding

Het ziekenhuis is een bron van ontstekingen. Daar moet ik snel weg. De laatste keer kon ik meteen naar ‘t Gasthuis om op te knappen. Ze gaan meteen met je aan de slag. En ze zijn attent. Door mijn benauwdheid moet ik vaak zittend slapen. Ze hebben in ‘t Gasthuis één luie fauteuil. Die zetten ze dan alvast op mijn kamer. Mooi toch?’

‘Uit de kunst!

Beter kan ik ’t Gasthuis niet omschrijven. Het eten, het drinken, de zorg. Alleen jammer dat sommige cliënten zo laks zijn. Ze steken niet echt de handen uit de mouwen. Met weinig trainen bouw je geen conditie op. En niet iedereen helpt, terwijl de medewerkers zich de benen onder hun kont vandaan lopen.’

‘Steeds verder achteruit'

Dat is mijn toekomstbeeld. Ik heb in een fabriek met glaswol gewerkt. Van de ene op de andere dag moest ik stoppen. De dokter zegt nu dat je niet moet kijken naar wat je kwijtraakt, maar naar wat je nog kunt. Ik kook graag. Maar vlees braden is er niet meer bij. Dan stik ik de dievenmoord.’

‘Je wereld wordt klein'

Je mist veel. Vakanties, fietsen, naar het strand. Het is maar een kippeneindje tot de boulevard. Toch kom ik daar afgebrand aan. Ik heb tegen mijn vrouw Margreet gezegd dat ze maar alleen of met een vriendin naar Spanje moet gaan. Maar dat vindt ze geen rustige gedachte, de schat.’ .

Suggesties?