Hij wil aandacht en die krijgt hij ook

Adrie Wiskerke Cliënt

 

Adrie Wiskerke (80) is tevreden. Over z’n leven: ‘Een aaneenschakeling van hoogtepunten.’ Over de zorg van z’n vrouw: ‘Geweldig en geweldig lief.’ Over de behandeling bij SVRZ: ‘Je bent geen nummer.’ Over de sfeer in de groep mede-cliënten: ‘Je deelt wel en wee.’ Alleen zijn lichaam heeft hem een loer gedraaid: ‘Ineens was ik veroordeeld tot de rolstoel.'.

Op 27 augustus 2012 verandert z’n leven. Compleet.

‘Vroeger was ik leraar. Engels, en als het moest ook wiskunde of aardrijkskunde. Toen ik met pensioen ging, kwam het paradijs langzaamaan in zicht. We hadden volop tijd voor onze passie: reizen, de halve wereld over. Die zomer waren we met onze caravan in de Franse Elzas. Die dag was er een wijnfeest in Equisheim. Met muziek, drank, dans. Midden in de nacht moest ik overgeven. In het ziekenhuis in Colmar hebben ze m’n schedel opengemaakt. Maar ondertussen had een hersenbloeding m’n halve lichaam verlamd.’

Acht maanden revalidatie. Terug naar z’n aangepast huis. Drie keer per week dagbehandeling.

‘Mijn situatie is stabiel, maar beter word ik niet meer. Stiekem hoop in van wel. Ik wil niet opgeven. It’s a long way to go. Elke stap lijkt er een teveel. En de therapeuten zijn heel duidelijk en eerlijk geweest. Als je linkerhand niks meer kan, kun je een rollator vergeten. Toch mag ik van mezelf de moed niet opgeven. Al denk ik soms: Adrie, is dat alles wat je bereikt hebt in drie jaar zwoegen?’ 

Op de dagbehandeling ontmoet je andere mensen. Je voelt je een groep. Je leeft mee met plezier en verdriet.

De dagen in ’t Gasthuis in Middelburg bevallen hem.

‘Het gezamenlijk eten is leuk. En de fysiotherapie is belangrijk. Bloemschikken of een kastje in elkaar timmeren, ligt me niet. Wat ik wil, past ook niet altijd in hun schema’s, maar dat lossen ze op. Dan helpt de leiding van de dagbehandeling me bijvoorbeeld met een stukje lopen. Als ik vervolgens moet uitpuffen, gaat die weer even wat anders doen. Het duurt dan wel eens…maar niks aan de hand… als ik maar een boek heb. Of de puzzel uit de krant die ze groot voor me kopiëren. En bij thuiskomst is er mijn vrouw; met open armen.’

De omgang met cliënten, behandelaars en verzorgenden vindt hij oké.

‘Aldoor thuiszitten is niet alles. Op de dagbehandeling ontmoet je andere mensen. Je voelt je een groep. Je leeft mee met plezier en verdriet. Zo krijg je bijvoorbeeld korting op een mooi boek over oude boerderijen dat een mede-cliënt heeft samengesteld. En je bent aangeslagen als die kort daarna plotsklaps overlijdt. De verzorging is prima. Natuurlijk zijn er vaste regeltjes en routines. Dat mag wel wat minder, maar je krijgt niks opgedrongen. Ze laten me zelf vragen wat ik wil. Soms is er in de drukte even wat minder aandacht. Nou, dan steek ik mijn vinger wel op…’  

 

Suggesties?