Het verhaal van een waardig en bijzonder afscheid

Familie Meulmeester Familie

 

‘Och Joost, jongen.’ Jannetje Meulmeester straalt. Ze heeft een van haar heldere momenten. Haar man buigt zich over haar heen; brok in de keel, vochtige ogen. Zachtjes aait ze zijn gezicht. Het begin van een waardig afscheid. Tien dagen later overlijdt ze. De zussen Lenie Bije-Meulmeester en Annie Schaier-Meulmeester hebben goede herinneringen aan de laatste dagen van hun moeder. En ze zijn vol lof over de manier waarop hun vader steun en zorg krijgt. Voor het team van de Clasinastraat in Arnemuiden gaan hun duimen omhoog.

De overkant 

Het is een bijzonder verhaal. Ma Meulmeester woont al een tijdje in de Clasinastraat. Dementie heeft haar tol geëist. Als pa ziek wordt en de verzorging niet meer aankan, verkast ze. Hij woont in het huis er recht tegenover. Vanaf z’n bank kan hij z’n vrouw aan de overkant zien. Hij heeft het er knap moeilijk mee. Zeventig jaar getrouwd. Al een jaar of veertig zijn ze alle dagen en nachten samen; sinds hij als Joost zonder Vrees afscheid van het leven als visser nam. Een stoere man. Godsvruchtig en gesloten. Voor golven en storm niet bang. En dan komt ineens z’n hele leven in zwaar weer terecht.

De dochters:
‘Ze waren tot op het laatst verliefd, zo leek het wel. Als ma hem zag aankomen, riep ze dat we gauw de deur moesten opendoen. Toen ze eenmaal opgenomen was, wilde hij alsmaar weten of ze naar hem vroeg. En of ze in de gaten had dat hij aan de overkant zat. Zij dacht ondertussen dat hij weer op zee was. Langzaam maar zeker ging ze achteruit. Haar reacties werden vlak. De glans verdween uit haar ogen. Eten en drinken deed ze bijna niet meer. Tot overmaat van ramp moest pa weer naar het ziekenhuis.’ 

Ze waren tot op het laatst verliefd, zo leek het wel

Hand in hand

Joost Meulmeester komt als een wrak terug uit het ziekenhuis. Verdrietig bovendien. Voor zichzelf zorgen is er niet bij. Maar hij wil ook bij zijn vrouw de buurt blijven. Met kunst- en vliegwerk verzinnen persoonlijk begeleider Bert Bosscha en teamleider Jenny Mott een oplossing. Er moeten wat regeltjes aan de kant, maar het zij zo… Op de kamer van Jannetje komt een extra bed te staan. Tegen elkaar aan, tussenschot weg. En zo liggen ze dan haar laatste nachten samen, hand in hand.

 

De dochters: ‘We waren zo blij toen we hoorden dat het mocht. We kunnen nog in tranen uitbarsten. Het verdriet ligt nog steeds op de loer. We hebben het gewoon te druk om het te verwerken. Pa is in de Clasinastraat blijven wonen, op ma’s oude kamer. Parttime, zo vindt hij zelf. Hij slaapt en eet er. De ochtenden zit hij met de andere cliënten in de woonkamer. Best gezellig. Maar ’s middags gaat hij naar de overkant, naar waar hij 35 jaar gewoond heeft. Wij zorgen voor gezelschap en begeleiding. Hij zegt dat hij zijn huis ruikt en dat daar z’n herinneringen liggen. Als hij naar het toilet moet, speert een verzorgende de straat over om de nodige hulp te bieden. Prachtig toch?!’

Voor later

Joost Meulmeester wordt 94 in januari. Hij is geen prater. Hij moet iemand eerst kennen en dan nog laat hij het achterste van zijn tong niet zien. Een of twee bezoekjes zijn te weinig om z’n levensverhaal te mogen horen. Al roept hij meteen dat hij er een boek over zou kunnen schrijven. En dan kijkt hij zwijgend voor zich uit. Alleen, met de verwondering dat zijn eens zo sterke lichaam hem in de steek begint te laten. Met de gedachten aan z’n huis waar hij hele dagen zat met z’n Jannetje. Zij altijd in Arnemuidse dracht, altijd stil. Een blije huismus, zeggen de dochters. Hij met z’n herinneringen, met z’n boeken waar hij op enig moment op uitgekeken raakte, met de weldadige stilte. En in de kast hingen alvast z’n donkere broek, vest en hemd. Voor later. Voor in de kist. 

Suggesties?