Een stralend middelpunt

Wim van Vugt Cliënt

Een stralend Middelpunt  Trots laat hij z’n kamer zien, een kleuterpuzzel, zijn knalblauwe cdspeler en de foto met daarop alle broers en zussen. Hij pakt je bij de hand, maakt een dansje, geeft kusjes en straalt. Wim van Vugt voelt zich duidelijk op z’n gemak in de speciale woongroep te Lewedorp. Allemaal mensen met een verstandelijk beperking én dementie.  

Hij is de laatste van twaalf kinderen in het boerengezin in Oude Tonge en heeft het syndroom van Down. Onlangs hebben ze met z’n allen Wim’s 63-ste verjaardag gevierd. Met taart aan het Veerse Meer en een feestmaaltijd van de kok in zorgcentrum de Kraayert. Wim is het stralende middelpunt. Zoals altijd. Broer Door (83) en zus Annie van Vugt (73) kleuren stukjes van Wim’s leven in. De ervaringen van een vriendelijke maar o-zo-bedachtzame boer en z’n zus, een uitbundige en hartelijke hulpverleenster. Een greep uit hun verhalen.

 

Door: ‘Het was een makkelijk en vrolijk manneke. Hij kreeg veel aandacht, maar werd niet voorgetrokken. Gewoon het bordje leeg eten. Hij was werkelijk een van ons.’

 

Annie: ‘Bij de geboorte zei m’n moeder tegen de kraamhulp dat ze eens in de wieg moest kijken. Deze keek en liet m’n moeder beloven dat ze Wim net zo op moest voeden als de elf anderen. Nou, dat waren m’n ouders toch al van plan en dat hebben ze gedaan.’  Door: ‘Wim was een makkelijke jongen. Hij was nooit agressief. Als onze kinderen kibbelden of elkaar in de haren zaten, begon híj te huilen. Een gevoelig ventje, dat was hij toen, dat is hij nog steeds.’


Annie: ‘Ik heb me wel geschaamd. Er was muziek in het dorp en dan moest ik zo’n snotterend joch meenemen. Binnen de kortste keren stond hij aanstekelijk te dansen. Omstanders waren vertederd. Toen schaamde ik me omdat ik me geschaamd had.’


Door: ‘Stiekem kun je wel jaloers op hem zijn. Want zorgen kent hij niet. Wim is altijd kind gebleven. Hij kan z’n eigen naam schrijven en tot tien tellen. Maar 1+1 is teveel gevraagd. De melkboer geeft hem het wisselgeld als  handvol kleine muntjes terug. Trots roept hij dan: Wim rijk!’

‘Zorgen kende Wim niet. Hij is altijd kind gebleven.’  

Annie: ‘De sociale werkplaats vonden mijn ouders niks voor Wim. Na z’n schooltje kon hij naar de dagopvang in een zorginstelling in Zierikzee, meehelpen in de keuken en zo. Van juffrouw Greetje naar juffrouw Katrien, Wim vond het best.’

 

Door: ‘Muziek was z’n lust en z’n leven. De Top-40. Hij stond een uur lang rondjes te draaien, met z’n vingertje in de lucht. Hij speelde ook eindeloos op z’n orgeltje. En verder hield hij van puzzelen. Met wel duizend stukjes. Nu redt hij misschien de dertig.’

 

Annie: ‘Pa en Ma werden ziek. Op haar tachtigste verjaardag had ze het ineens over de mooiste dag van haar leven, want mijn broer Door en z’n vrouw Hilda hadden toegezegd dat ze voor Wim gingen zorgen. Het werd stil. Er vloeiden wat traantjes, totdat Wim riep dat het wel feest was.’

 

Door: ‘We hadden de ouderlijke boerderij overgenomen. De mogelijkheid om daar voor Wim te zorgen hebben we met beide handen aangegrepen. Nou ja, met één hand... Maar zonder gekheid: wij wilden het graag en onze vier kinderen stonden er helemaal achter. Ik werd bewindvoerder en Wim deel van het gezin.’

 

Annie: ‘Wim was onze broer, maar voor Door en Hilda werd het hun kind. Toen hij na twaalf jaar in die vertrouwde zorginstelling in Zierikzee ging wonen, bracht hij elk weekend bij hen door. Nu hij aan het dementeren is, gaat hij nog steeds nachtjes bij hen logeren.’

 

Door: ‘Wim hielp altijd met het tafeldekken. Maar vorig jaar wist hij ineens niet meer wat hij met de messen moest. Gedragsdeskundigen hebben ons wel voorbereid, maar het denken van Wim ging keihard bergafwaarts. De woongroep in de Kraayert was een welkome mogelijkheid.’

 Het denken van Wim ging keihard bergafwaarts.’

Annie: ‘Een kleine groep heeft voordelen: vertrouwd, veilig, geen overdreven prikkels. Want met de combinatie van down en dementie hebben ze hun rust dubbel nodig. Voor de medewerkers is het niet makkelijk, omdat ze het complete huishouden moeten doen  terwijl de cliënten bijzondere aandacht vragen.’

 

Door: ‘Je geeft een geliefd iemand in andermans handen. Als familie voel je je verdrietig en machteloos. Maar ik denk dat Wim liefdevol en goed verzorgd wordt. Hij herkent ons wel, maar een naam wil wel eens weggezakt zijn. Dat lost hij handig op: ha broertje. Of: ha zusje.’

 

Annie: ‘We wisten dat we een mongooltje als broer hadden. Zo hebben we dat ook gewoon genoemd. Er heerste daardoor in ons gezin geen zwaarte of donkerte. Het is nooit een last geweest, eerder een rijkdom. En nu? Nu krijgt niemand van de familie zo vaak bezoek als Wim. Hij blijft erbij horen. En meer dan dat...’  

Suggesties?