Een blokje om

Jeanet Verzorgende in een kleinschalige woning

Uit, goed voor u. Deze oude reclamespreuk geldt nog steeds. Een rondje door de omgeving, een bezoek aan een evenement. Mooi: oude herinneringen verrijken met nieuwe ervaringen. 

Ik stap de gang door en klop zachtjes op de deur bij meneer Van Steen. Meteen vliegt de deur open. Warm aangekleed met een jas en een sjaal begroet hij me enthousiast in de deuropening. Samen lopen we een paar deuren verder, naar de kamer van meneer Davids.

 

Meneer Davids staat al glimlachend in de deuropening.

 

Hier hoef ik niet eens te kloppen, meneer Davids staat al glimlachend in de deuropening. Ik knoop nog snel een sjaal om meneer Davids zijn nek voor hij de deur dichttrekt. Het is duidelijk: ze hebben allebei zin in ons uitstapje naar Westkapelle.

Herinneringen boven water

Al snel zitten we in mijn auto. Eerst is het stil, dan komt er langzaam wat geluid van de achterbank. “De wintertarwe staat er mooi bij”, zegt meneer Van Steen. Meneer Davids even later: “Het land is te nat, er staan overal plassen op!” Tegen de tijd dat we Zoutelande naderen, komen de herinneringen bovendrijven. Meneer Davids vertelt: “Mijn vrouw kwam hiervandaan. Onze eerste ontmoeting was tijdens het schaatsen. Onze verschillende geloven vormden in het begin een groot obstakel.” Door het beslagen raam staart hij wat weemoedig naar buiten. “Maar we hielden vol en hebben uiteindelijk een goed en gelukkig huwelijk gehad.”

Spelen in de zee

Na Zoutelande vervolgen we onze weg langs de  kustlijn. Dan rijden we Westkapelle in. De heren roepen dat ze eerst graag willen zien of er nog wel water in de zee zit. Het is alweer jaren geleden dat ze aan de kust geweest zijn. Gelukkig is de zee er nog. Verder rijdend over de Zeedijk roept meneer Davids ineens in plat Zeeuws: “Stoppen! D’r verzuupt di iemand!” Geschrokken trap ik op de rem en tuur naar de zee. Meneer Davids wijst naar een man in het water die net van zijn surfplank afgevallen is. Opgelucht leg ik uit: “Die man verdrinkt niet, hij speelt gewoon in de zee.” Het is winter, dus de zee is koud. De mannen hebben er maar één mogelijke uitleg voor: “Die vent is gek!”

Daar bij die molen

Na een paar minuten rijden, zien we de paardentram bij het Polderhuis aan het einde van de Zeedijk al klaarstaan. Een inspectie van de paarden volgt. Ze staan al te trappelen en uit de snuivende neusgaten komen steeds kleine wolkjes. Snel klimmen we de tram in. De paarden komen in beweging. Meneer Van Steen herinnert zich hoe hij vroeger met drie paarden door de zware, Zeeuwse klei ploegde. “Tegenwoordig moet alles snel, snel, snel en gaat het allemaal met grote landbouwmachines of tractoren. Zo is er toch helemaal geen tijd om van de omgeving en het fluiten van de vogels te genieten?” Dan arriveren we bij de vuurtoren. De heren kijken elkaar aan: zullen we omhoog klimmen? Ik kom tussenbeide en herinner ze aan de  snijdend koude wind, die bovenop de vuurtoren nog veel kouder zal zijn. “Weet je wat?” zeg ik. “We komen hier in de zomer gewoon nog eens terug.” De paarden vervolgen hun weg en de molen komt in zicht. Spontaan zet meneer Davids in: “Daar bij die molen, die mooie molen…” Meneer Van Steen valt bij: “Daar woont het meisje waar ik zoveel van houd!” Na dit muzikale intermezzo trakteert de zon ons op een aantal warme stralen.

Lekker Zeeuws blokje

Zo komt een einde aan ons ritje in de paardentram. We stappen uit. Een koetsier verzorgt de paarden. Meneer Van Steen stapt erop af. Al snel blijkt dat de man in West-Souburg heeft gewoond. Ik bekijk het van een afstandje en vang een flard van hun gesprek op. “Ken je Jopie ook? Die heeft in de Kerkstraat gewoond en is familie van Toon. En Joke, die woonde…” Als ze zijn uitgepraat, drinken we in het restaurant een kop koffie. Het is tijd voor de mannen om een beetje op te warmen en bij te komen van alle indrukken. Bij binnenkomst staan twee vrouwen in Walcherse klederdracht ‘blokjes’ (Zeeuwse babbelaars) te bakken. Natuurlijk proeven we samen een ‘blokje’ en schuiven dan aan bij twee andere heren. Meneer Davids knoopt een gesprek aan, maar tevergeefs. Het zijn Duitse vakantiegangers die geen woord Nederlands verstaan. Het gaf een hoop gespreksstof over de goede en slechte ervaringen met Duitsers. Maar goed dat dit niet verstaanbaar is voor de mensen aan de andere kant van de tafel!

Glunderend van plezier

Na de koffie met een plak lekkere cake stappen we de auto weer in. De monden van de heren staat gedurende de hele terugreis geen moment stil. Alle belevenissen passeren de revue. Eenmaal thuis vertellen meneer Davids en meneer Van Steen enthousiast aan hun medebewoners wat ze hebben gezien en meegemaakt. “We zagen zelfs twee Duitsers in het wild!” Vol ontzag luisteren de andere dames en heren in de huiskamer, om niet te zeggen dat ze aan hun lippen hangen. De mannen glunderen van plezier. Ik bedenk dat het toch prachtig is wat zo’n simpel uitstapje en een beetje persoonlijke aandacht bij onze cliënten teweeg kan brengen. Het was een mooi blokje om! 

 

Dankzij de kleinschalige zorg kan SVRZ inspelen op dit soort individuele wensen en behoeften, en is er meer tijd om ook eens op pad te gaan met de bewoners. Het doet ze goed om van de omgeving te genieten en herinneringen op te halen. Zo blijven ze bovendien langer actief. 

Suggesties?