De Nachtzuster

Anja Verzorgende in een kleinschalige woning

In de nacht gaat de zorg door. Door er te zijn, te waken, te helpen, klusjes te doen, te luisteren. De nacht is er voor de rust en de stilte. Maar ook voor de voorbereiding van de dag die komt. Mooie verhalen maken de nacht compleet. 

Het gaat niet alleen maar om het doden van de tijd.

 

21 jaar geleden zette ik mijn eerste stappen in een verpleeghuis. Als jong meisje koos ik voor de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk en rolde al snel de activiteitenbegeleiding in. Ik zag het als uitdaging om mensen te helpen zo goed en zelfstandig mogelijk te laten leven en misschien zelfs een beetje gelukkiger te maken. Het gaat niet alleen maar om het doden van de tijd.

Actief bezig zijn

Juist in een verpleeghuis moet je als bewoner actief blijven en niet ‘achter de geraniums’ gaan zitten. Jaren vlogen voorbij en mijn collega’s en ik bedachten zoveel activiteiten dat ze niet op de vingers van de handen van al onze bewoners te tellen waren. We maakten uitstapjes, luisterden naar muziek of knutselden met de bewoners, maar we hielden ze ook actief door ze kennis te laten maken met hobby’s van anderen en ze te betrekken bij het koken, wassen en strijken.

Dicht bij thuis

Alles liep op rolletjes, tot zes jaar geleden de zorgvernieuwing ook bij ons zijn intrede deed. Het nieuwe credo: kleinschalig wonen, met verzorgingshuizen in het hart van de Zeeuwse dorpen. Een goed initiatief voor de bewoners, vond ik. Mensen wonen vaak al hun hele leven in dat ene dorpje, ontmoetten daar hun partner, trouwden er en brachten er hun kinderen groot. Het is veel minder ingrijpend om naar het verpleeghuis om de hoek te verhuizen, waar je vrienden en familie misschien ook wonen, dan om van Wolphaartsdijk naar Goes te verhuizen. Voor mij betekende het minder goed nieuws. Mijn fantastische baan als activiteitenbegeleider moest ik na vijftien jaar inruilen voor een baan als verzorgende. U begrijpt: ik stond niet echt te springen.

Tijd voor zorg

Omdat ik niet iemand ben die bij de pakken neer gaat zitten, heb ik de carrièreswitch met beide handen aangepakt. Het persoonlijke contact met de cliënten van alle vier de groepswoningen bleef en daar ging het voor mij om; tijd voor zorg, tijd voor de individuele mens. Geen moment heb ik spijt gehad van mijn keuze.

Op kousenvoeten

Werken doe ik tegenwoordig wanneer de halve wereld slaapt. Wanneer ik kom, neem ik de dienst over van de collega’s van de avonddienst. Zij vertellen me precies wat er speelt die dag. “Meneer Van Wezel is wat gespannen, want zijn zoon is vandaag geopereerd”, of “Mevrouw Hage ligt al uitgeput in bed, ze heeft de hele avond verjaardagsbezoek gehad”. Vervolgens ga ik met sleutelbos en telefoon op pad. Zachtjes sluip ik door de gang en steek mijn hoofd om elke deur. Ik kijk of iedereen lekker ligt te slapen en zo nu en dan help ik nog een bewoner naar bed of stop ik iemand lekker in en wens ze een welgemeend welterusten. Die aandacht heb je wel verdiend als je na een druk leven zo oud geworden bent. Na mijn ronde ga ik met andere dingen aan de slag. Soms word ik ‘betrapt’ terwijl ik bijvoorbeeld op een stoel sta om slingers op te hangen. Het is me zelfs eens overkomen dat een bewoner het strijkwerk midden in de nacht van me overnam om me te leren hoe je dat nou eigenlijk het beste doet!

 

Die aandacht heb je wel verdiend als je na een druk leven zo oud geworden bent. 

De mooiste verhalen

Vaak staat de theepot ‘s nachts op het fornuis te pruttelen voor als het buiten slecht weer is en een cliënt de slaap niet kan vatten. Met de handen om een gloeiende beker en een koekje om te soppen, zitten we een tijdje aan tafel. Soms zwijgend, soms in gesprek. De mooiste verhalen komen dan los. Gedachten en herinneringen lijken wel makkelijker naar het oppervlak te komen wanneer het donker is. De verhalen gaan over van alles: over de koe die zoveel melk gaf dat ze er een prijs voor won, over de zorg voor en over de kinderen en kleinkinderen of over bijzondere hobby’s. Kortom, het leven met alle mooie en soms ook minder mooie momenten passeert de revue. Ik luister met ingehouden adem. Heel soms snijdt de beltoon van mijn telefoon dwars door een spannend of romantisch verhaal. De plicht roept en ik ga op zoek naar het volgende mooie verhaal. Voor de cliënt is het een prettig slaapmutsje en ik luister maar al te graag.

 

De verhalen? Die zou ik voor geen goud willen missen.

 

Wanneer de slaap het uiteindelijk wint en de bewoner ontspannen in bed ligt, hoor ik vaak: “Wat is het toch fijn dat je er bent. Ben je er morgen weer?” Natuurlijk ben ik er. Juist voor dat luisterend oor en dat kopje thee midden in de nacht. En de verhalen? Die zou ik voor geen goud willen missen. Ik heb een heerlijke baan. Voor de nachtdienst op een kleinschalige woning moet je lef hebben. Het zorgcentrum waar de woning onderdeel van is, ligt soms niet om de hoek. Je moet dus kalm blijven in noodgevallen en bijvoorbeeld niet bang zijn in het donker. Anja staat hierin absoluut haar mannetje. Tegelijkertijd geeft het draaien van nachtdiensten op een kleinschalige woning Anja meer zelfstandigheid en daarmee meer werkplezier. Het mooie hiervan? Bij ieder karakter past wel een van de vele aspecten die het werken in de zorg met zich meebrengt.

Suggesties?