De mantelzorger: een bron van kennis!

Levien en Christie Mantelzorger en begeleidster ontmoetingscentrum

Er komt een nieuwe mevrouw naar het ontmoetingscentrum. Je kijk ernaar uit, want jij en je team kunnen haar de ondersteuning geven die ze nodig heeft. Het ziektebeeld, de uitgestippelde aanpak hierbij, je weet er alles van. Ze is in goede handen. Maar hoe kan je nóg beter voor haar zorgen? Door te beseffen dat alleen je vakkennis niet genoeg is. Want wie ze is, of wie ze was, waar ze om lacht en huilt, waar ze boos om wordt, dát weten haar echtgenoot, kinderen of anderen in haar sociale netwerk. Samenwerken met dat netwerk, vooral als cliënten het zelf niet meer kunnen uitleggen, is essentieel voor optimale ondersteuning. Hoe doe je dat? Iedere situatie is anders. Lees hier het verhaal van Levien, zijn vrouw Rita, en begeleidster Christie.

Meer weten over je cliënt? Vraag de achterban!

Rita en Levien de Putter uit Terneuzen zijn al 48 jaar samen. Ze kunnen terugkijken op een mooi leven samen. Tot dementie langzaam maar zeker huize De Putter binnensloop. Rita werd eerst wat verward, en het werd steeds erger. Nu gaat ze drie dagen per week naar Ontmoetingscentrum De Piramide, waar ze meedoet aan allerlei activiteiten en zit te kletsen met haar vriendin. Levien brengt en haalt haar. Hij heeft dan altijd een gesprekje met de begeleiders, zoals Christie Rouw en Anke Duysserinck.

 

“Dementie is een ziekte die in grote lijnen bij alle patiënten dezelfde verschijnselen veroorzaakt”, vertelt Christie. “Maar dat betekent niet dat iedere persoon met dementie gelijk is. Buiten de ziekte om, is zij boven alles de vrouw van Levien. Hij kent haar dus het allerbest. Ook weet hij wat zich thuis afspeelt. Alleen met die kennis kunnen wij haar overdag optimale zorg bieden.

Meneer De Putter?

“We mogen Levien hier gewoon Levien noemen, niet meneer de Putter”, vertelt Christie glimlachend. “Hij haalt en brengt zijn Rita altijd. Komt binnen, drinkt een bakje koffie en als er iets is, praten we even. Levien vertelt ons bijvoorbeeld meteen dat Rita niet zo goed heeft gegeten de avond ervoor, onrustig was, of zelfs opstandig. En we houden hem een beetje in het oog, of hij het allemaal nog wel trekt.”

Open sfeer

Levien vertelt verder: “Uiteraard ging er een officieel traject vooraf aan haar verblijf in De Piramide. Maar nu we dat allemaal achter de rug hebben, zijn die onofficiële contactmomenten heel waardevol. Als echtgenoot annex mantelzorger heb ik zo het gevoel dat we samen voor mijn vrouw zorgen. Dat ik haar niet zomaar ‘aflever’, even zeg dat ze niet goed eet, of juist met veel plezier onder de douche ging. Ik kan alles vertellen en zij pikken het mee in hun aanpak van die dag. Omdat de sfeer zo open is, heb ik een goede band gekregen met Christie en Anke, de begeleiders hier. Daarom zijn we gewoon Levien en Rita.”

“Hoe betrokken we ook zijn, familieleden hebben de meeste feeling met de cliënt. Ze hebben een emotionele band waardoor ze hele kleine signalen oppikken, het gevoel dat er iets niet klopt.”

Geduld

Levien vervolgt:  “Ik weet natuurlijk precies hoe mijn vrouw in elkaar zit. Maar toch, dementie verandert langzaam maar zeker een persoonlijkheid wel. Niet willen douchen, heel erg boos worden over iets. Ik heb heel veel geduld gelukkig, maar begrijp het niet altijd. Maar ja, als je iets wil zeggen en je kan de woorden niet meer vinden … ik zie soms de frustratie op haar gezicht. Gelukkig heb ik thuis ook Buurtzorg. Zij komen haar wassen. Samen met SVRZ en ikzelf vormen we het web van zorg om Rita heen. We zitten ook regelmatig allemaal om de tafel, samen met de casemanager. Dan worden mij ook gerichte vragen gesteld, die ik maar al te graag beantwoord.”

Geen familie

“Natuurlijk kan niet iedere mantelzorger dagelijks dat persoonlijk contact hebben”, zegt Christie. “Veel cliënten worden met een taxi gebracht omdat partner en kinderen niet voor vervoer kunnen zorgen. Als ons iets opvalt – een cliënt is ineens erg kortaf, of stil – dan gaan we er toch even achteraan. We pakken de telefoon en proberen te ontdekken wat er is gebeurd. En als mensen helemaal geen familie meer hebben, nemen we contact op met de thuiszorg. Die zijn maar al te graag een bron van informatie.”

Vanuit je gevoel

Christie besluit: “Er zijn natuurlijk ook de reguliere gesprekken, die je volgens het plan voert met de familie, of met de thuiszorg. Maar stel je eens voor: deze cliënt is je eigen vader of moeder. Dan probeer je toch ook zoveel mogelijk te weten te komen, om het hem of haar zo comfortabel mogelijk te maken? Niet alleen onze vakkennis, onze procedures tellen bij ons werk. Boven alles ons hart: probeer vanuit je gevoel in gesprek te komen met degenen die iets meer kunnen weten. Want zelf kunnen de cliënten het vaak het niet meer vertellen.”

 

Ik kan alles vertellen. Dankzij die open sfeer heb ik het gevoel dat we samen voor Rita zorgen.

 

 

 

Suggesties?