Blij met de bloemen

Lieven Grootjans Cliënt

Lieve Lieven

Hij doet z’n best om ze buiten de deur te houden. Toch verschijnen voorzichtig tranen in z’n ogen. Lieven Grootjans denkt aan zijn vrouw. Aan de 65 jaar dat hij met haar getrouwd was. Aan haar laatste dagen, standvastig en stoer. En ineens was ze weg. Een half jaartje geleden nu.

 
De 93-jarige bewoner van centrum voor zorg en reactivering Ter Valcke denkt aan het diepe dal waar hij  doorheen gegaan is. En aan de manier waarop z’n omgeving hem op de been heeft proberen te houden. Met succes. Hij geniet van de grote tuintafel met potplantjes die ze voor hem georganiseerd hebben. Genieten, elke dag weer. Ook is hij druk met het kweken van groenten en fruit. De medebewoners genieten mee. Zij delen in de blij makende bloemen en gezonde groenten.

Landarbeider

Hij weet het nog heel precies. Het is een zaterdagochtend, 1 juni 1935, zes uur. Zes uur Nederlandse tijd, want zo noemen ze dat in die dagen. Als veertienjarig broekje begint hij te werken als landarbeider. En akkerbouwer zal hij blijven. Uien, bieten, aardappelen, alles wat de Zeeuwse klei maar geven wil. Nooit heeft hij geklaagd, nooit wat gevraagd. ‘Ze zien me werken. Als ze me nodig hebben, weten ze me wel te vinden’, zo is zijn rotsvaste overtuiging. En inderdaad: hij krijgt het aanbod om voorman te worden. Wonen op een eigen boerderij. Tien kippen mag hij er houden. En in de grote schuur  knutselt hij later een eerste caravan in elkaar. Het zullen er tien worden: tien appeltjes voor de dorst. Want als het pensioen daar is, zorgen de huuropbrengsten op de  nabijgelegen camping voor reisgeld.

De wereld rond

‘Toen de kinderen van school waren, heeft mijn vrouw de vierjarige mulo gedaan. In drie jaar! Ze was leergierig en slim. En allebei wilden we de halve wereld wel zien. Dat hebben we gedaan. Kerken, musea, tuinen, landschappen. Jammer dat het geheugen het laat afweten. Nu ben ik soms een naam van een land, stad of dorp kwijt. Ik mis de woorden, maar de beelden heb ik nog goed voor ogen!’ Toch dreunt Lieven Grootjans moeiteloos een hele reeks namen op. Kriskras gaat hij over de aardbol. Rusland, hun  eerste grote tocht. Canada, Egypte, Noord-Amerika, Denemarken, Zweden, Hongarije, Spanje, Noorwegen, Polen… En – niet te vergeten – de Dordogne, waar hij de weg beter zegt te kennen dan in Goes. Daar woont hij nu, in Ter Valcke. Daar is zijn vrouw ook overleden.

Niet huilen

Vorig jaar krijgt ze te horen dat ze kanker heeft. Onomkeerbaar. Gelovig als ze is, aanvaardt ze dat lot zonder morren. Ze komt thuis en zegt tegen haar man: ‘Ga jij maar eens zitten.’ En dan: ‘Ik heb niet lang meer te leven. Maar we gaan niet zitten huilen. En we doen als vanouds wit en rood. Ik een glaasje wit, jij een glaasje rood.’

Wat later, op een nacht als het ineens slecht met haar gaat, komt de dokter en zegt dat ze naar Ter Valcke moet. Zo snel mogelijk. En Lieven ook. Thuisblijven is voor hem geen optie. Op een avond in Ter Valcke vraagt ze aan Lieven of hij afscheid komt nemen. Hij schudt het hoofd: nog niet. Zacht geeft hij haar een kus en gaat naar zijn kamer. De volgende ochtend hoort hij van zijn dochter dat het een afscheidskus was.

Ik mis de woorden, maar de beelden heb ik nog goed voor ogen!

Erg ziek

‘Ik zakte in de put. Diep! Altijd waren we samen geweest… Het verlies doet rare dingen met je. Ik kreeg drie grote maagbloedingen, terwijl ik nooit wat gemankeerd had. En ineens was ik een aantal weken erg ziek. In de tussentijd hebben ze voor mij die prachtige kweektafel geregeld. Zo’n acht weken na het overlijden van mijn vrouw kon ik

daar aan de slag met violen,roosjes, lupine, aardbeien, tomaatjes, noem maar op.’

 

Op de tafel in woning 4.09 staan steevast bloemen en planten. De maaltijden krijgen een scheutje gezondheid met eigen gekweekte groenten. Cok en Piet Germing besluiten er een ingezonden stuk over te schrijven in de locatienieuwsbrief. Vol lof: dat is pas voor elkaar zorgen. Hun moeder, respectievelijk schoonmoeder, profiteert van de inzet en geestdrift van Lieven Grootjans. Deze boert ondertussen onverstoorbaar verder. Misschien nog jaren. Hij komt uit een sterk geslacht. Alle zeven broers en zussen, de meesten in de tachtig en negentig, leven nog.

 

‘Ik lees elke dag de krant nog, van begin tot eind. Elke zondag ga ik naar de kerk. Toen ik steeds dover werd, wilde ik niet meer gaan. Maar dat mocht niet van mijn vrouw. Ze zei: ook al versta je niks, dan heb je toch nog de zegen?! En gelijk had ze.’

Suggesties?